Koningsdag

Het slapen valt me telkens opnieuw heel goed. Geen last van kou, onder de tarp lekker droog alleen nu begint alles wat ik aan kleren en andere stoffen dingen bij me heb klam en koud aan te voelen. Alleen wanneer ik in de slaapzak lig voel ik me nog behaaglijk. Daarbuiten is alles nat en kil. De regen houdt ook nog steeds aan en dat maakt het er al niet beter op. Toch gaan varen vandaag want anders schiet ik niet op. Na een kilometer al een wehr. Rechtenstein dit keer en er wordt flink aan verbouwd. Een grote bouwkraan ontwerp en ik ga vragen of die mij een kano niet in één keer met bepakking en ook kan overzetten. Jammer het gaat niet. Onder de sluis kan de kraan wel komen maar boven de sluis is hij net te kort. Dan maar weer aan het sjouwritueel. Zo’n anderhalf uur later lig ik er al weer in, voorwaar geen slechte prestatie. Lekker weer verder. Echter na een paar kilometer moet ik alweer aan een overdraging beginnen. Obermarchental heeft een lange overdragen en een gevaarlijk inzetpunt. Ook moest ik op het pad er naartoe zo’n beetje alle struiken snoeien die me de weg compleet versperden. De sneeuwval van de laatste dagen heeft veel bladdragend groen de kop gekost. Er is zeer veel schade aan bomen en struiken. Enfin, ik ben blij met m’n snoeischaar en aan de slag. Door al het extra werk dus ook veel tijd verspeeld hier. Wanneer ik weer vaar begint het opnieuw steeds intenser te regenen. Ook krijg ik het koud omdat ik tijdens het overdragen bezweet ben geraakt. Wanneer ik bij de derde overdraging van vandaag aankom lopen te rillen van de kou. Ondanks alle warme kleding die ik aan heb. Daarom besluit ik om m’n kano voor de overdraging in het water te laten liggen, af te dekken en op zoek te gaan naar een kamer voor de nacht, een stevige maaltijd, een warm bed en een douche niet te vergeten. En zo geschiedde. Na een paar keer vragen kan ik terecht bij Café Knebel. Een café voor koffie met gebak tot 18:00 uur maar geen restaurant. Volgens de dame die me hielp waren er genoeg eethuisjes in de nabijheid te vinden. Dus heb ik me daar geïnstalleerd, alles uitgetrokken, wat spullen gewassen en op de hete verwarming gehangen. Alle zakken en tas leeggehaald en rondom uitgespreid. Na dat alles was het tijd voor een lekkere hete douche om alle kou uit mijn lichaam te jagen. Ik voelde me gewoon bijkomen, wat was dat heerlijk. Weer aangekleed en ander mens. En dan uit eten, ter ere van koning Willem Alexander. Buiten even om me heen gekeken en ja hoor, een café restaurant, Melber genaamd, stond al naar me te lonken. Vlakbij, dus terug ook gemakkelijk te doen mochten er te veel drankjes ingaan. Een praatje met de chef is altijd het beste om duidelijk te maken of juist te verbloemen waarom je er zo smoezelig uitziet. Hij biedt me het dagmenu maar ik geef aan dat ik een maaltijd zoek die stevig staat. Dan adviseer ik je natuurlijk de Zwiebelrostbraten. Daarbij neem ik een salade en een Hefe Weizen had ik al besteld. Toon mijn salade arriveerde sprak de chef over mij met een groep van wel een man/vrouw of tien. Die vroegen meteen of ik aan hun tafel wilde plaatsnemen. Kan dat wel vroeg ik nog. Maar ja natuurlijk wij zijn hartstikke benieuwd naar je verhaal. Nou toen ging het los. Soms kreeg ik even de vrijheid om te eten maar meestentijds werden me, van alle kanten, allerlei vragen gesteld. Het wordt weer een hele geanimeerde avond. Super gezellig met een clubje wandel-tennissers zoals Alfons me uitlegde. Nadat ik mijn maaltijd verorberd had werd het echt heel gezellig. We spraken over verschillende aspecten van het reizen. Het leven van je droom was wel wat het meest aansprak. Je bent een exoot, wordt wel eens beweerd. We hebben nog gezamenlijk een drankje gedronken en geklonken op een behouden vaart en een behouden thuiskomst bij mijn bijzondere vrouw die je zomaar al die tijd laat gaan omdat ze je je droom gunt te leven. Een bijzondere avond die dit keer eindigt in een lekker bed op een warme kamer.

Heerlijk geslapen. Wat een verschil met de vorige nachten. Nu was het eigenlijk best heel erg warm maar dat komt natuurlijk omdat ik de verwarming hoog had gezet om alle nattigheid uit mijn spullen te jagen. Ik schrok ook nog een keer wakker met de gedachte dat ik juist nu  mijn batterijen moest opladen. Wakker geworden en eenmaal uit bed bedacht ik dat ik al mijn laadsnoertjes in de kano had achtergelaten. Zo jammer dit. Snel maar weer slapen na nogmaals mijn handen te hebben ingevet met Wilma’s No. 80 zalf. De kloven barstten nu in bijna al mijn vingertoppen. Om 07:00 opstaan, om 08:30 ontbijten. Wat een verwennerij. Tijdens het ontbijt spreek ik ook de andere gasten en opnieuw zijn allen zeer onder de indruk van mijn onderneming. Een leuk stel uit Passau, die eerst gepland hadden tot Passau, dus naar huis, te fietsen, zijn bij het zien van de weersvoorspellingen toch maar met de auto aan de vooruit geboekte reis begonnen. Bij het afscheid drukte de man me € 20,= in de hand. Ze wilde mij beslist een klein beetje sponsoren. Dat was toch wel het minste wat ze konden doen. Een ander stel, waarvan de vrouw vandaag 79e verjaardag viert, Heeft ook veel gereisd maar dan vooral op de fiets. Frankrijk doorkruist, Italië, enzovoort. Alleen was dat zo rond 1955. Ik merkte op dat ik toen pas twee jaar oud was. We hebben weer heel veel hartelijke momenten mogen beleven, de wildvreemde mensen en ik, allen op een eigen reis. Bij het afrekenen geeft de heer Christopher T. Baer (inhaber van Café Knebel) aan dat hij een aantal kranten heeft benaderd voor een interview met mij. Hij vraagt of ik tijd heb om op een verslaggever te wachten. Het lijkt mij leuk dus ik beloof te wachten wanneer het niet al te lang duurt. In de tussentijd breng ik  een bezoek aan de “grote” vrijdagmarkt in Munderkingen. Daar koop ik een stuk spek voor m’n avondeten in bivak. Eieren durf ik niet te kopen omdat mijn mei-box nog in de kano ligt en dat de enige manier is waarop ik mijn eieren heel kan houden. Ik moet er niet aan denken om bij dit natte, koude weer ook nog eens met het struif van kapotte eieren te moeten dealen. Inmiddels weer terug bij Café Knebel en wacht op de verslaggever van de krant. Veel gasten zijn er niet maar het is er gezellig, droog en warm. Dat is een luxe waarvan ik nu moet genieten nu het kan. Straks zal dat wel weer even tegenvallen bij het overdragen. Hopelijk heeft mijn kano en bepakking net zo’n rustige nacht gehad als ik en is alles er nog zoals ik het gisteren achterliet. Toen had ik het echter te koud om goede voorzieningen te treffen en hoop is nu mijn enige houvast. Het wachten duurt voort en ik bestel nog maar een koffie. Donna Summer klinkt door het café. “All for the money”. Terwijl het mij daar juist niet meer omgaat. Hoe leuk. Er komen nu allerlei mensen hier die: “Das übliche” bestellen. Echte stamgasten en allemaal waarschijnlijk ouder dan ik. Klinkt erg gezellig. Het geeft wat Röring in de zaak. Inmiddels voel ik me hier ook al stamgast. Om 11: 30 neem ik het besluit om niet meer op de verslaggever te wachten. Hij heeft zijn kans gehad en verspeeld. Met de gastvrouw van Café Knebel overleg ik nog. Mocht de verslaggever toch nog komen dan stuurt ze hem naar de Donau. Dan bel de verslaggever op en vind dat hij pas vanmiddag tijd heeft langs te komen rond een uur of drie. Dat duurt mij echter te lang en ik wilde mijn kano om te zien of alles in orde is. Van de baas krijg ik nog het telefoonnummer van Eileen van de Schwäbische Zeitung. Die moet ik beslis bellen wanneer ik in Ehingen ben. Zij wil beslist er interview. Mijn animo is echter flink geslonken.

Wanneer ik bij mijn kano aankom heeft deze trouwe dame keurig op me gewacht. Eerst laad ik alles weer uit. Trek de kano op de kant en op de kar. Dan alle spullen er weer in behalve mijn aluminium koffer en de grote duffel. De boot rijd ik naar de instapplaats en de koffer en duffel draag ik er wat later ook heen. Alle spullen er weer. De kano in de goede positie leggen, wat struiken snoeien zodat ik niet direct weer verstrikt raak. Alles weer inladen en vertrekken. Ik merk dat ik hier al best veel routine in begin te krijgen. Dan schiet ik van start. De stroming over de stuw is best heftig en ik kom meteen aan een snelheid van 13 km/uur. Veel water is er door de regen bijgekomen en daardoor schiet ik lekker op. Sneller nog dan ik verwacht arriveer ik bij de stuw in Rottenacker.

Een heftige overdraging qua afstand maar ook qua inzetpunt. Het eerder beschreven ritueel gaat weer van start. Het uithalen van de kano verloopt vlot. De rit naar het instappunt is moeizaam en lang. Het dragen van koffer en duffel idem. En dan is er zomaar ineens een trap, van zo’n tien treden, naar een veel lager gelegen deel wat kennelijk bij hoogwater ook dienst doet als afvoerkanaal. Gelukkig heeft men naast de trap een soort glooiing bestraat waar ik de boot met kar voorzichtig laat afrijden terwijl ik de trap afloop. Toen alles in de goot was geparkeerd begon het plots onbedaarlijk te hagelen. Het ging keihard waaien en al spoedig was de hagelbui over waar de regen bleef. De groot of het pad zoals je wilt was geheel overgroeit met struikgewas wat door de sneeuw last van de afgelopen dagen nog eens extra was gaan doorhangen. Met m’n snoeischaar knipte ik een groot deel weg. Voor een aantal dikkere takken moest ik de hulp inroepen van mijn Silky Gomboy die er korte metten mee maakte. Alle struikgewas aan de kant gegooid en het pad was vrij. Kom ik bij het eigenlijk inzetpunt, blijkt dat een soort kanaaltje te zijn waarin het water een geschatte snelheid heeft van zo’n 15 km/uur. Tevens hangen er ook daar veel takken over het water zoals op het pad er naartoe. “Tricky business.” Wanneer ik de boot te water laat heb ik die met een lus aan een boompje vastgelegd zodat ik rustig kon plaatsnemen, m’n spatzeil kon bevestigen, m’n peddel in de hand kon nemen en even rustig de situatie, die me te wachten stond, in ogenschouw te nemen. Dit kon natuurlijk alleen zover kijken kon en zover was dat niet. Ik gaf een ruk aan het touw en vanaf dat moment was het Arie Ferrari. In “no time” wees mijn gps 15 km/h. Ik ging gebukt onder de meeste takken door. Andere weerde ik, zo goed en zo kwaad als het maar kon, af. Telkens opnieuw kwam er zo’n overgroeïng op me af. Soms had ik een plekje waar ik wat gemakkelijker doorheen kon varen, daar waar de takken van het circa 4 meter brede kreekje elkaar van beide zijden ontmoeten. Soms ook moest ik plat op mijn boot gaan liggen en maar afwachten of het goed zou gaan. En het ging goed. Het omloopkanaal zal zo’n 100 m lang zijn geweest, kan ik op mijn kaart zien. Door alle opwinding leek er geen eind aan te komen waardoor het voelde als een kilometer. Toen ik er eenmaal uit werd gelanceerd leek het wel een kermisattractie. Vanuit de waterkrachtcentrale kwam er nog eens een stroom van links bij. Het kolkte en golfde dat de lieve lust was maar mijn bootje heeft zich prima gehouden. De Donau is vandaar af niet heel breed en de stroom blijft lekker aanhouden. Telkens doet een stroomversnelling er weer een schepje bovenop en met een rustig gangetje van zo’n 10 km/uur bevind ik mij ineens al in Ehingen en ik herinner me de afspraak met de verslaggever. Nergens zie ik een mooie gelegenheid om aan te leggen en omdat ik zo snel wordt getransporteerd schiet ik Ehingen pardoes voorbij. Nou, jammer dan. Geen kranten artikel in de Schwäbische Zeitung dan maar.

En dan ontwaar ik een steiger die zomaar, haaks op de kant, het water in steekt. Ik ga er achter liggen en stap uit. Blijk ik op het terrein van het sportcentrum van Öpfingen te staan. Achter het gebouw staan een aantal jongens te wachten tot hun voetbaltraining begint. Een praatje over wat ik aan het doen ben wordt al snel beantwoord met: “respect.” Ze wijzen me “Landgasthof Ochsen” aan als een goede slaapplaats met een prima restaurant. Mijn kano kan ik gerust laten liggen. Zij naar hun training en ik terug naar mijn bootje om nu wel alle spullen die ik nodig heb bij me te steken. De kano afgedekt achtergelaten. Staat er langs de kant een de de kano afgedekt achtergelaten. Staat er langs de kant een man in een trainingspak en sportschoenen een sportief sigaretje te roken. Hem vraag ik hoe ik bij “Landgasthof Ochsen” kom.  Direct biedt hij aan om me daar even met de auto te brengen. Daar kan ik natuurlijk geen nee tegen zeggen en zo ben ik in een mum van tijd bij “Landgasthof Ochsen”. Bij de receptie mijn naam opgegeven, dat was voldoende, en ik krijg kamer nummer 2, eenpersoons en heel gerieflijk. Spullen uitgestald, te drogen gelegd wat droog moet en toen zelf lekker onder een weldadig grote douche kop gaan staan tot ik van binnen weer een beetje warm werd. Tanden gepoetst en mezelf geschoren dan voel je je meteen weer mens. De laatste foto’s geüpload naar mijn NAS thuis zodat Willy er ook van kan meegenieten. Met de gratis Wi-Fi inlogcode gaat dat van hieruit supersnel. Om half acht naar het restaurant. Daar schrok ik van. Toen ik aankwam zaten er een stuk of vijf gasten. Nu was het volle bak, zeker 150 gasten. Gelukkig was er voor mij nog plaats en ik heb er genoten van een perfecte maaltijd, bier en koffie. Weer op mijn kamer alle laders en apparatuur nog maar is aangesloten en daarna aan dit reisdagboek en blog gewerkt. Dat gaat op een hotelkamer toch handiger dan in de vrije natuur. Toch gaat er veel tijd in zitten omdat ik zo ontzettend veel beleven op een dag.

5 comments

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s