Naar Oostenrijk

Vanmorgen, zondagmorgen, was ik lekker op tijd wakker en heb alles rustig ingepakt en geladen. Het was redelijk druk op de camping vannacht. Weekenddrukte denk ik. Wanneer alles gereed is om weg te varen neem ik afscheid van Dieter en Elisabeth, de Donaufietsers uit Basel. Heel sympathieke mensen. We maken, over het weer, nog een paar foto’s ter herinnering.  Dan vaar ik weg, opnieuw mijn toekomst tegemoet. Om 10:00 uur is een mooie tijd om hier weg te varen. Zo gauw je de Ilz, met het zwarte water, uitkomt beland je namelijk in de Donau, waar tegelijkertijd ook de Inn vanaf de rechterzijde instroomt. De Inn voert een zelfde hoeveelheid water aan als de Donau dus is het, inclusief het water van de Ilz, ineens meer dan dubbel op. Omdat er om 10:00 uur nog een cruiseschepen varen is het goed te doen voor mij en mijn kano. Met scheepvaart zou het één grote klotsbak zijn, die mix van de drie rivieren. Nu viel het, zoals gezegd, mee. Wanneer er, zo nu en dan, een paar schepen afkwamen of opliepen, leverde dat flinke golven maar zeker geen onoverwinnelijke. De kleinere boten, met een kortere golflengte, zijn veel lastiger te verwerken want dat veroorzaakt vaak overkomend water. In elk geval heb ik vandaag voornamelijk op Inn-gekleurd water gevaren. Van een blauwe Donau is nog steeds geen sprake. Een Schöne echter al het gehele traject wat ik inmiddels heb afgelegd. Bij Felsenhütt ben ik even uitgestapt om de signalering aldaar goed te kunnen begrijpen. Er kwam een jongeman naar me toe die vroeg wat het doel was van mijn reis. Toen ik zei dit de Zwarte Zee was werd hij heel enthousiast en er ontwikkelde opnieuw een leuk gesprek waarna we elkaar groetten en we ieder ons weegs gingen. Hij op een scooter en ik met mijn kano.

In Kasten, meer ik af in de sportboot haven en liep naar het Gasthof vlakbij en ging naar binnen. Zie ik daar dezelfde jongeman aan een tafel zitten en ik vraag of ik bij hem mag aanschuiven. Hij vindt het goed en we gaan gewoon verder met ons gesprek. Kennelijk was het toch nog niet afgerond en moesten we elkaar nog eens ontmoeten. Deze Oostenrijker, in hart en nieren, geeft me nog een goede tip. In de Schlögener Schlinge loop je een paar kilometer de B130 op en daar vind je de Bergruïne Stauf. Beslist een bezoek waard vanwege het bijzonder mooie uitzicht over de Donauschlinge. Daar krijg ik het kennelijk nogal druk want even daarna, in Obermühl, moet ik er alweer uit om in het Gasthaus Girlingen, de chef aldaar, de hartelijke groeten over te brengen van, zijn en mijn goede vriend, Franz Rödl. Wanneer we gegeten hebben, groetten we elkaar opnieuw en vertrekken beiden.

Na Kasten is het nog maar zo’n zes kilometer varen naar de “Staustufe Jochenstein”. Goed te merken aan de Rückstau. Deze overdraagplek wordt als zeer goed omschreven met bootwagens waarmee je zelfs zwaar beladen boten gemakkelijk zou moeten kunnen overdragen. 

Nou, daar klopt, bij deze waterstand in ieder geval, helemaal niets van. De bootswagens zijn te hoog en gaan  daardoor niet diep genoeg te water zodat de boot er niet kan worden opgevaren. Is de wagen wel diep genoeg dan zit deze vast in de modder. Uiteindelijk heb ik na veel te lang ploeteren, tobben en zwoegen, de kano maar weer leeggeplukt en handmatig op de bootswagen gesleept. Daarna dwars op de helling gezet waardoor hij niet het water in zou rijden en weer geheel ingepakt dit was op het risico dat ik, bij de inzetplaats, alles weer zou moeten uitladen, maar goed. De boot met bepakking en al aan het rijden gekregen. Een eindje verderop moest ik een helling af van 16%. Met heel heel veel moeite kon ik het hele spul in bedwang houden en zorgen dat de snelheid beperkt bleef. Wanneer ik zou uitgeleiden dan zou het hele spul op hol geslagen zijn. Gelukkig had ik een goede grip en is er niets gebeurd. Aan het eind van de helling bij het water heb ik de wagen wat dwars kunnen zetten zodat hij bleef staan. Toen ik de lijnen had bevestigd heb ik de combinatie te water gelaten. Waar ik niet voldoende rekening mee had gehouden is dat de laatste twee meter van de helling spekglad waren van de algenblubber waar op mijn gladde Crocs helemaal geen grip meer hadden. Bijna schiet ik tezamen met de boot-wagen-combinatie te water. Nog  net op tijd kon ik op een metalen profiel stappen wat me voldoende afremde. Het lijntje van de boot moest ik laten schieten want dat bleek te kort. De lange lijn aan de bootswagen had ik nog in de hand. Wonderwel is de boot op dat moment niet van de wagen gedreven want dan had ik het nakijken gehad. Nu kon ik, nog net op tijd, de lange lijn, die aan de bootswagen vastzat, om een wiel van mijn eigen bootswagen gooien. Deze zat vast gemaakt op het dek van de kano en dus kon de kano nu niet meer wegdrijven. Het water was ook hier te laag om de bootswagen diep genoeg te laten rijden. Dit had ik bij het uithalen van de kano verfoeid, nu was het echter een zegen. Na veel tobben heb ik de kano in een positie kunnen manoeuvreren die goed genoeg was om in te kunnen stappen en de veel te hoge bootswagen, weer achter slot, in de stalling teruggebracht. Van foto’s maken is, tijdens deze zware operatie, helaas niets gekomen. De tijd, die met deze overdraging gemoeid ging, heb ik niet exact opgenomen maar een ruwe schatting komt al snel neer op zo’n drie uren.

Één ding, waarvan ik ruim voldoende heb, is tijd.

Wanneer ik weer lekker in mijn bootje stroomafwaarts glijd, met een gangetje van zo’n 10 à 11 km/uur, ben ik alle ellende alweer gauw vergeten.

Vanaf nu vaar ik onder de Oostenrijkse vlag en ik passeer kilometerraai 2200.

In Engelhardtszell beland ik in het zogenaamde “Passauer Tal”. Een prachtig stukje Donau, die hier tussen twee bergruggen doorloopt. Daar leggen, om commerciële redenen, veel rederijen hun cruiseschepen aan om hun toeristen de gelegenheid te bieden al het moois, en bovenal de Stiftskirke uit 1503 met de gotische sculpturen, te bezoeken. Ik stap eruit om wat bij te eten na mijn vermoeiende arbeid. Een kleinigheid maar, dat voldoet. Daarna vaar ik weer verder maar de vermoeidheid is, in combinatie met de maaltijd, een nieuwe rol gaan spelen. Ik krijg slaap en wat ik niet wil is, in m’n bootje in slaap vallen. Wanneer dat zou gebeuren sla ik, denk ik, onmiddellijk om. Nog iets wat ik niet wil. Ik ga dus actief op zoek naar een slaapplaats, die ik niet snel genoeg vindt naar mijn zin. Overal hoge kanten en waar niet, zijn er grindbanken met zoveel grote keien ervoor dat ik niet of heel moeilijk aan wal kan komen. Het uitladen van mijn benodigde bagage is dan ook te lastig en ik ben heel moe. Het is ook niet niks, door twee landen varen op één dag.

Juist op het moment dat ik mijn pogingen wil opgeven, ik heb ook altijd geluk, zie ik een blauw bord op de oever, “Sportboothafen” staat erop. Een klein stukje verder links is de ingang waar ik invaar en vastmaak op een gastenplaats achter de beschutting van de steiger. De haven valt onder beheer van Gasthof-Pension-Fischrestaurant Luger in Kramesau. Ik stap er binnen en zeg dat ik met mijn kano, die ik op een gastenplaats in de haven heb gelegd, de gehele Donau afvaar van Donaueschingen tot aan de Zwarte Zee en vraag om een “Einzelzimmer”. Ik krijg kamer 105 en een WiFi code. De kamer is superluxe met een mooie badkamer en een balkon met uitzicht op de Donau. Wat wil een mens nog meer. Nu, dat weet ik wel. Even lekker alle vermoeidheid van me afdouchen en dat helpt. Vervolgens borstel ik mijn lederhosen een beetje schoon want die zat helemaal onder de algenblubber. Met het nagelborsteltje wat ik, op de “Dult” in Regensburg, heb aangeschaft gaat dat opperbest. Een beetje sjofel maar opgefrist ga ik weer naar het terras. Omdat ik geen trek heb om nog veel te eten bestel ik een “Verlengerten” (grote koffie) en Eispalatschinken, heerlijk. Daarna, alvast tegen de dorst van morgen, drink ik alvast twee glazen Hefe Weizen.

Het is voor mij weer een volslagen verrassing dat ik nu hier te gast ben en dat is een heel bijzondere ervaring. Tevoren niet weten waar je zult slapen, onder een tarpje in je bivakzak, ergens op de oever of in een superluxe Gasthof met, alles wat je maar zou kunnen wensen, tot je beschikking. Het leven is net zo mooi als je het laat zijn.

11 comments

  1. Eerste land gehad nog negen te gaan volgens mij wederom met heel veel plezier je belevenissen gelezen met het gevoel dat ik een beetje met je mee vaar top groetjes Gert

    Liked by 1 persoon

  2. Hallo Willem,

    wie ich sehe, kommst du gut voran. Ich freue mich, daß bei Dir alles in Ordnung ist. Wenn Du nach Melk kommst, gibt es da einen einfachen Campingplatz direkt an der Donau mit einem Restaurant im Fährhaus dabei. Das Stift Melk solltest Du besichtigen, es ist sehenswert.

    Letztes Wochenende haben wir auf unserer Radtour, die wir an der Brigachquelle begonnen haben, in “Deiner” Grillhütte bei Beuron übernachtet.

    Weiterhin viel Erfolg auf Deiner Tour!

    Uwe

    Liked by 1 persoon

  3. Hey Willem, op m’n 4e fietsdag vanuit Salzburg, nu in Italië, lees ik je belevenissen weer. Geweldig, wat maak jij een mooie tocht mee over die mooie Donau. En wat een Hefe’s kun jij aan! Dat je daarna nog zo goed kan varen is toch best wel bijzonder. Gelukkig hebben ze er daar genoeg van! 😉
    Zelf(s) op reis, reis ik met je mee!
    Goede vaart weiter!

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s