De Vikingen

Heerlijk geslapen natuurlijk op zo’n superdeluxe bed. Daarna een ontbijt buffet wat er mocht zijn. Ik geloof dat ik anderhalf uur aan tafel heb doorgebracht al was dat niet alleen met eten maar ook met het, voor publicatie gereed maken, van mijn laatste blog. Twee goede dingen gecombineerd maakt het dubbel goed. Na nog een aantal Donaufietsers, die in Nederrijn wonen vlakbij Nederland, gesproken te hebben kon ik vertrekken. Lekker weer het water op. Dat viel me toch, na een paar kilometer alweer, een beetje tegen. Rückstau vanaf de stuw in Aschach. Met nog een heftige tegenwind op de koop toe. Maar daarom niet getreurd.

Wanneer je nog vooruitkomt, kom je ergens aan, waar je niet bent vertrokken.

Er liggen zoveel half of helemaal 

verscholen dorpjes aan de Donau dat je op een gegeven moment blij bent met de kilometerraai borden. Vanaf Wesenufer is het werkelijk gedaan met de stroming. Van de Schlögener Schlinge had ik dan ook veel meer en roeriger later verwacht. En juist daar krijg ik wat ik helemaal niet had durven verwachten. Ik hoorde eerst een fietsbel: “Ping-Pong, Ping-Pong”. Toen ik zocht naar waar het geluid vandaan kwam stonden daar ineens Dieter en Elisabeth, wat leuk! We begroeten elkaar als oude vrienden wat we inmiddels, na die paar dagen, ook wel waren. Ze waren heel laat uit Passau getrokken en hadden continu gekeken en de rivier afgespeurd of ze me ergens konden ontdekken. En nu ze hier zojuist op de fiets waren gestapt kwam ik er gewoon aanvaren. We hebben weer heel wat afgekletst en de tijd vloog om. We concluderen dat er nog een aantal kilometers te gaan hadden naar de Zwarte Zee in namen opnieuw afscheid. Onderweg fietsten ze me voorbij en riepen: “Goede reis, Willem!” Natuurlijk schalde ik terug: “Gute Reise!” En toen waren ze verdwenen. Voorgoed? Ik heb geen idee. Na Schlögen ging ik in één ruk door naar Obermühl, naar Gasthof Gierlinger.  En wat denk je, Montag Ruhetag. Achter het Gasthof staat echter een huis waarop ook de naam Gierlinger te lezen is. Ik loop daar de trap op en vind een oudere mevrouw in de tuin die bloemen plukt. Ik verontschuldig me en leg haar uit dat ik de hartelijke groeten kom overbrengen van Franz Rödl. Oh, maar die ken ik goed hoor, zegt ze en we hebben een levendig gesprek. Margit, want zo heet ze, vertelt dat ze haar man Alfred ook zal roepen en ze vraagt of ik wat drinken wil een biedt met tegelijkertijd een stoel aan. Later komt ze terug met de Hefe Weizen waar ik, bescheiden als ik ben, om gevraagd had. Alfred komt achter haar aan. We hebben slechts een kort gesprek en ze zeggen dat ik gerust mijn bier op mijn gemak maar op drinken maar zij moeten hun kleindochter op tijd uit school halen en we nemen afscheid. Ik blijf alleen in hun tuin achter en heb inderdaad niet kunnen wachten tot ze terug waren en ben dus maar weggevaren. Vanwege de matige tot slechte verbinding ben ik er ook niet in geslaagd om het contact met Franz op tijd tot stand te brengen. Helaas maar zo lopen de dingen nu eenmaal. Ik vaar door naar een plek die volgens mijn boek “Öxelgut” maar in werkelijkheid “Exlau” blijkt te heten. Een leuke plek met een Vikingschip in de Donau en een Viking nederzetting op de kant. 
Daar heb ik gegeten en kon ik ook kamperen omdat het nu eenmaal toch geld in het laadje brengt. Voor zo’n verlaten plek best belangrijk, denk ik. M’n bivak is snel gemaakt en ik schrijf me nog, net voordat het donker wordt, even bij. Het belooft een mooie rustige nacht al moet je dat altijd nog maar afwachten. Er vertonen zich, op zulke donkere plaatsen, altijd veel meer sterren dan wij gewend zijn. Aardedonker en muis stil is het hier. 

De volgende dag weet ik het zeker. Wat een aangename locatie is dit, Exlau. Heerlijk geslapen in m’n bivak. Droog en aan de warme kant. Voor het ontbijt al heb ik al mijn spullen in de kano gepakt. Het ontbijt is prima en zeer volledig. De gastvrouw is onderhoudend en we hebben leuke gesprekken. De gast uit Frankfurt die ik gisteravond ook al had ontmoet vond het goed dat ik bij hem aan tafel aanschoof en het werd daardoor ook nog een gezellig ontbijt. Toen we genoeg gegeten, gedronken en gepraat hadden hebben we afscheid genomen. Hij naar zijn werk en ik naar mijn kano. De gastvrouw ook nog even de hand geschud en toen ik buiten kwam bleek er leven te zijn in de Vikingnederzetting. Daar kon ik nu dus ook gelijk even binnen kijken. Dat had men leuk voor elkaar. Met grote regelmaat werden hier tamelijk grote feesten, bruiloften en partijen georganiseerd in men genoot grote bekendheid tot ver buiten de regio. Dat is natuurlijk super. Er zijn geen buren dus ook geen burengerucht. Men kan tot vier of vijf uur ’s nachts luidruchtig feest vieren zonder dat iemand daar over klaagt. De ideale feestlocatie. De twee mannen die er aan het werk waren om het volgende feest voor te bereiden hebben me alles haarfijn uitgelegd. Er ligt hier zelfs een heus Vikingschip in de Donau waarmee de gasten dan kunnen gaan roeien. Onder begeleiding natuurlijk, anders wordt het niets. Daarna wilden ze ook alles weten over mijn reis, voor zover ze nog niet al op de hoogte waren. Nieuws gaat snel in zo’n kleine gemeenschap. Ook liepen ze nog met me mee naar de kano omdat ze benieuwd waren hoe ik daar nog plaats in zou kunnen nemen. Toen ik dat had gedemonstreerd mocht ik weg waren. Een handje geschud en op weg was ik weer. Tegenwind had ik direct al en de Rückstau vanaf de stuw in Aschach werd al snel merkbaar. Het werd een stevig stukje peddelen. Toen ik de stuw met sluis eenmaal in het oog had werd ik steeds nieuwsgieriger of ik zo mogen meesluizen. Aangekomen heb ik er afgemeerd en ben naar de intercom gelopen om het te vragen. En ja hoor, wanneer je een zwemvest draagt mag je in de linker sluiskolk meesluizen. Maar dan moet je wel haast maken. En dat deed ik natuurlijk. Ik peddelde zo snel ik kon want deze kans wilde ik niet missen. Er was slechts een vrachtschip, de Juno uit, ja ja, Nederland en ook een jacht wat vanaf Hamburg hierheen was gevaren om via de Zwarte Zee, de Bosporus en de Middellandse Zee naar Marseille te varen om zodoende, via de grote rivieren, weer in Hamburg te geraken. Ook een ambitieus plan en, volgens de man aan boord, de manier om Europa te beleven. Beiden hebben we dus kennelijk hetzelfde doel, Europa beleven. Hij vaart naar de sluis van Aschach direct door naar een jachthaven om een van de, op een boomstam stukgevaren, schroeven te laten vervangen. Ook dat gebeurt kennelijk vaak op de Donau. Mij kan dat gelukkig niet overkomen. Met een groet varen weg. Misschien zien we elkaar later ook nog wel weer, roept de vrouw me nog toe. In de verte zie ik ze, links de jachthaven van Landshaag invaren. Ik ga rechts, in Aschach afmeren voor de lunch. Na de lunch vaar ik vlot door tegenwind maar voorstroom. Ik schiet lekker op. Wanneer ik in mijn boek kijk, lijkt het mogelijk om vanavond nog in Linz te overnachten. Op een gegeven moment zelfs voor de wind en stroom. Dat gaat lekker. De sluis in Ottensheim levert me enigszins vertraging op omdat ik moet wachten op een schip waarmee ik de sluis in mag. Het wordt zo’n immens groot Zwitsers cruiseschip. Het water zakt zo’n twaalf meter en dat is best veel. De stroming na de sluis zit er weer lekker in. Op een gangetje beland ik dan ook in Linz. De eerste kanoclub blijkt gesloten. Dan maar door naar, wat de DKV de mooist gelegen kanoclub met camping noemt, om de stad te bezoeken, de Eisenbahn Kanu-Ruderverein, bij de voormalige spoorbrug. Nou, dat is me wat. Ten eerste ligt de steiger er netjes bij, met een rol zodat je zelfs een zware boot als die van mij, op de steiger kunt leggen. Dan volgen er de onvermijdelijke traptreden. Inmiddels heb ik hulp gekregen van Ernst Olzinger, een kanovaarder en lid van de club. Er is ook een bootslip voor de brandweer en daar mogen we eigenlijk geen gebruik van maken maar we doen het toch. Dan is het het fenomeen bootswagen. Voor mijn gevoel lijkt het meer op een onderstel van een antiek koetsje. Veel te hoog, tekort en gelukkig wel breed genoeg, maar gammel! Een slap onding eigenlijk. Toch heb ik mijn kano inclusief bagage er op kunnen verplaatsen van het water naar de club. Doordat het onding bladveren had, zakte het onder de last van mijn kano door waardoor de steunen, die er onder waren gelast, de weg raakten. Enfin, vanavond slaap ik op de kanoclub-camping onder een soort prieel. Een dak zonder wanden. Ik lig in ieder geval onder een dak en word hopelijk niet nat wanneer het gaat regenen. Het ziet er eigenlijk nog best gezellig uit ook. Nadat ik uit eten ben geweest richt ik mijn slaapplaats in en ga naar bed. Het was weer een mooie, volle dag.

4 comments

  1. Wat een mooi verhaal weer Willem. Uit alles blijkt dat je een heerlijke tijd hebt en geniet van omgeving en de mensen die je ontmoet. We blijven je volgen !
    Groetjes Cees en Yvonne

    Liked by 1 persoon

  2. Hoi Willem.

    De hartelijke groeten vanuit Didam. Mooi zo die vaart.
    Even een quote:
    Als je niet weet waar je bent, maar het maakt je niet uit, dan ben je ook niet verdwaald.
    Rustig doorvaren en vooral mooie verhalen blijven vertellen
    Met hartelijke groet
    Willie Godschalk

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s