Van stad naar bush

Het is alweer de 30e mei en het belooft weer een mooie dag. Lekker zo open mogelijk geslapen. Af en toe een kriebelende mier maar daar blijft het bij. Vanmorgen, na een warme nacht, en een lekker ontbijt op de camping, lekker gedoucht. Daarna heb ik mijn was in de camping wasmachine gedaan en afgewacht wat het resultaat zou zijn. Mijn witte t-shirts hebben nu een lichte groenzweem. Misschien had ik mijn groene shemagh er toch niet bij moeten doen. Voorlopig houd ik het erop dat het door, het door mij gebruikte zonnebrandmiddel, komt. Eerder in Ulm heb ik ook al gemerkt dat dit een kleurtje geeft aan mijn witte kleding. Mijn hele tarp hangt nu vol met wasgoed en dat ziet er ludiek uit.

Vanmorgen spreek ik een man, waarvan het dialect me meteen verraadt dat hij uit Zeeland afkomstig is. Blijkt hij uit Schouwen Duiveland te komen, een geboren Nieuwerkerker, waarvan mijn pzwager ooit ook burgemeester is geweest. Hij heeft hem nog gekend ook en toen we verder spraken en ik zei dat ik, bij mij in de buurt, ook nog eens een onderwijzer heb gekend die ook afkomstig was uit Nieuwerkerk en Flickweert heette zei hij dat de naam Flickweert heel vaak voorkwam in die omgeving en dat hijzelf ook diezelfde naam droeg. Ik ben maar niet verder gaan doorvragen of hij wellicht familie zou kunnen zijn van de docent. Hoe klein kan de wereld worden wanneer je met elkaar in gesprek geraakt.

De mevrouw, die haar was na mijn toer in de wasmachine wilde doen, en haar man hadden een tongval die meer uit de buurt van Sliedrecht kwam, kwamen inderdaad uit Hardinxveld. Hoe klein gaat de wereld nog worden? Er staan nog veel meer Nederlanders op de camping. Twee stellen, uit het Westland, die altijd samen op stap zijn elk met eigen caravan. We hebben stuk voor stuk leuke gesprekken gehad en dat is voornamelijk te danken aan het feit dat tijd van ondergeschikt belang is geworden. 

Heb je niet genoeg tijd dan neem je toch gewoon een beetje meer.

Tegen de middag wil ik de stad in en kom ik een stel tegen die mijn wasgoedtarp wel heel origineel vinden. We praten wat in ze geven me exact de plekken die ik zou moeten bezoeken in de stad. Één ervan is Hofbräu München wat een leuk terras heeft bij de Steiner Tor, de ingang naar de altstadt. Op de heenweg drink ik er een Hefe Weizen. Eten kan ik zo snel na het ontbijt nog niet. De altstadt is helaas niet meer authentiek. Praktisch alle oude panden zijn winkels geworden van bekende merken. Dat dit de stad er niet mooier op maakt behoef ik je natuurlijk niet uit te leggen. Veel echt moois tref ik in de stad niet meer aan. Of het zou dit prachtige bouwwerk moeten zijn. Misschien ben ik al teveel verwend met de alle mooie bezienswaardigheden die ik inmiddels al heb mogen bewonderen. Bij zoveel moois valt een groot deel weg achter de dikke schaduw die ze werpen en lost het mindere er als het ware in op. Overvoerd wellicht. Het is opnieuw veel te heet in de stad en diverse rondgangen, zonder bevredigend resultaat, beland ik wederom op het terras van Hofbräu München. Daar bestel ik spareribs, die me heel goed smaken en ook drink ik natuurlijk een paar glazen Hefe Weizen. Men moet tenslotte het vochtniveau op peil houden.

Wat ik nu moet gaan doen weet ik eigenlijk niet. Het is te warm om zelfs ook maar iets te bedenken. En in de zon lopen is al helemaal uit den boze. Morgen voorspelt men wat regen. Dat moet ook bijna wel nu het in eenmaal zo heftig heet is. Meestal volgt er dan ook een heftig onweer. Ik ben benieuwd. Voorlopig blijf ik dus maar zitten waar ik zit, op het Hofbräu terras, en zelfs nog wel aan de “Stammtisch” ook. Op een gegeven moment vraagt een van de mannen aan de “Stammtisch” wat ik toch allemaal aan het opschrijven ben, waarop ik hem uitleg wat ik aan het doen ben, van mijn reis en dat ik al mijn belevenissen opschrijf. Hij vindt dat ik dat nogal wat beleefd moet hebben, het notitieboek is al bijna vol. Wanneer ik hem dan vertel dat ik al eens een boek naar huis heb gestuurd valt hij bijna van zijn stoel. We praten verder en ik vraag hem wat ik beslist nog moet gaan zien, in Krems. Vrijwel onmiddellijk geeft hij het antwoord: de gevangenis. Hier in Krems worden kennelijk alle meest criminele misdadigers ondergebracht. Het zijn er inmiddels zo’n 750 á 800 in getal. Nu val ik bijna van mijn stoel en ga er beslist langs om een kijkje te nemen. Ik bedank de stamgasten, neem afscheid en ga op stap.

Naar de gevangenis. Het blijkt een oud en aangepaste klooster te zijn en is werkelijk zo groot dat je er niet eens een foto van kunnen maken. Toevallig ging de poort open, voor een vertrekkende auto, waardoor ik daar een klein inkijkje kreeg. Ook waren er allerlei cartoons op de buitenmuren geschilderd, van de bekende kunstenaar ” Deix”, die ook al vele jaren de tekeningen voor Red Bull levert. Hij is juist daar zo beroemd mee geworden. Misschien niet geheel toevallig is er, tegenover de gevangenis, het karikatuur museum waarin een permanente Deix tentoonstelling is ondergebracht.

Omdat het nog steeds verschrikkelijk heet is loop ik via de supermarkt Hofer, waarbinnen het lekker koel is en ik een flesje wijn koop, naar de camping terug. Op het terras pak ik nog maar weer een Schneider Weisse. Als spoedig spreken andere gasten, die ik al ontmoet heb, me aan en we hebben leuke gesprekken.

Wanneer Michael en Waltraud Klementic bij me aanschrijven gaat het helemaal los. Zij waren het die me vanmiddag hebben aangeraden om toch beslist het terras van Hofbräu München te bezoeken. Ook bierliefhebbers dus waarmee ik het direct goed kan vinden. We praten over mijn reis die ze fascinerend vinden. Zelf zijn ze ook al heel lang met hun camper onderweg maar dat vinden ze kennelijk niet zo bijzonder. We drinken op het terras nog een aantal biertjes waarna ik wordt uitgenodigd om bij hun camper de avond en het bierdrinken voort te zetten. Dat doe ik natuurlijk graag want gezelligheid kent geen tijd en ik ook niet. Samen met hun buren van de camper daarnaast genieten we van de avond in elkaar. Het is heel gezellig tot het ineens wat gaat regenen. Ik ga snel mijn wasgoed droogleggen en moet beslist terugkomen, wat ik natuurlijk ook doe. Door de regen zijn we dan wel gedrongen binnen te zitten maar dat is, vanwege de locatie dichtbij de koelkast,geen enkel bezwaar. We praten, drinken en praten en drinken. Ook was er nog een kleine snack tussendoor. En voor mij goede raad voor Wenen want Michael blijkt een “Wiener”. Toch prettig wanneer je van mensen die er goed bekend zijn advies kunt krijgen. Tot bijna 00:00 uur gaat de gezelligheid door maar dan krijgen we toch allemaal wel een beetje behoefte aan ons bedje. We nemen afscheid en ik beloof dat we dit morgenochtend nog wel zullen herhalen. Het was super gezellig met heel erg leuke, aimabele mensen.

Wanneer ik weer onder mijn tarp lig regent het nog een beetje. Het zal vannacht nog wel vaker regenen verwacht ik. Dat komt ook uit, al heeft het niet meer heel hard geregend. Ik slaap al snel in na weer een fantastische dag.

Toen ik vanmorgen, op de laatste dag van de meimaand, wakker werd was m’n tarp nog maar amper nat. De temperatuur was zonder meer aangenaam nu. De buien hadden goed werk geleverd. Ik besluit om eerst alles op te ruimen en in te pakken en pas daarna aan het ontbijt te gaan.

Dan is het tijd voor het afscheid van de campinggasten waarmee ik, in de afgelopen twee dagen, zo’n prettig contact mocht hebben. De Zeeuwse Flickweert, het stel uit Hardinxveld, Michael en Waltraud uit Augsburg en hun camper buren. De twee stellen uit het Westland hadden het kennelijk laat gemaakt en waren nog niet wakker.

Op het water overdenk ik weer mijn belevenissen en schiet met regelmaat in de lach. Wat een pret. Telkens wanneer ik een paar dagen aan de wal ben geweest merk ik ook dat het peddelen in het begin een beetje stroef en stram gaat. Na verloop van tijd is dit snel weer over maar je zou toch zeggen dat je juist dan uitgerust zou moeten zijn. Toch schiet ik best wel lekker op al behaal ik geen topsnelheden. Ik passeer een magische grens, de 2000 kilometerraaipaal. Nog maar een stukkie te gaan. Voor een koffie met Marilienstrudel stop ik in de haven bij het Donaurestaurant in Traismauer. Een prachtig verzorgd en onderhouden restaurant met een heel lange voorgeschiedenis die is begonnen als veerhuis. De weg, vandaar tot aan de sluis in Altenwörth is een breed saai stuk. Het omdragen in de, op zich veel mooiere Traisen, vond ik toch ook niet heel erg aantrekkelijk en besloot gewoon door te peddelen naar de sluis. Onderweg kwamen nog de mensen, die ik in Ybbs heb ontmoet, met de bijzondere tandem, me achterop en groeten me hartelijk. Natuurlijk groette ik terug maar het was jammer dat ik door tijdgebrek, omdat ik de sluis moest halen, niet in even in de gelegenheid was om even met ze te spreken. Toen ik daar nog 2 km te gaan werd opgelopen door het Nederlandse vrachtschip “Eon” heb ik gepeddeld als een malle om te proberen samen met dit schip de sluis te kunnen nemen. Dat is me bijna gelukt maar de sluiswachter heeft me niet of te laat gezien en net voor m’n neus kreeg ik rood licht.  Toen heb ik maar opgebeld en mijn verhaal gedaan. Eerst gaf hij aan dat sportboten gewoon moeten overdragen. Toen ik echter aangaf dat ik met een zwaar beladen kano onderweg was naar de Zwarte Zee en dat de twee overdragingen bij deze sluis me minstens zes uren inspanning zouden kosten mocht ik in de zojuist vrijgekomen linker kolk invaren en ben ik, helemaal in mijn eentje gesluisd, 16 m naar beneden. Een heleboel kubieke meters water naar de Zwarte Zee voor alleen mijn kleine bootje. Super toch? Toen ik net in de sluis was begon het echt heel hard te regenen en te onweren. Het sluizen duurt best lang en ik waagde het niet om mijn jas over mijn zwemvest aan te trekken. Afwachten dus maar tot dat ik weer kan uitvaren en in de tussentijd, gewoon nat worden.

Direct na de sluis vond ik een aantrekkelijk strandje om aan wal te gaan. Met onweer op het water blijven is nu eenmaal niet slim. Eerst dacht ik de buien gewoon even af te wachten. De regen hield op maar het onweren ging onverminderd voort. Toen ik zo rustig voor me uit zat te kijken kwam er een vosje voorbijgelopen die ik heb geprobeerd te fotograferen met mijn telefoon. Omdat ik in WhatsApp zat ging dit fout. Jammer maar helaas geen foto van het vosje want, toen ik mijn camera wilde pakken was hij rap vertrokken en zal wel niet meer terugkomen. Ook zag ik nog een hele vette dikke kikker die ik gemakkelijker te pakken kon nemen. Daarom ook besloot ik maar om hier te blijven en kamp te maken. Dan kan ik ook gelijk van de gelegenheid gebruik maken om m’n hangmat op te snorren. Die bevindt zich helemaal voor in de kano waardoor alles er eerst uit moet en dat is best een hele klus. Doordat het onweer gelukkig niet recht boven me zat scheen de zon nog best vaak fel tussen de wolken door en kon ik ook mijn natte kleren drogen. Eenmaal mijn hangmat, en tarp voor mijn keuken spul opgehangen, heb ik eerst een lekkere vers gemalen koffie gezet. Daarna nog een glaasje van de, gisteren gekochte, wijn en vervolgens gewoon lekker genieten van mijn mooie onderkomen. Af en toe nog een paar druppels regen maar het onweer hield tot de avond aan. Op een gegeven moment begon het ook nog enorm hard te waaien. Ook dat hield op en om een uur of half acht was ook het onweer opgehouden waarna de avond er weer mooi en veelbelovend uitzag. Vanwege de muggen had er eigenlijk wel wat wind mogen blijven, maar ja, je moet het nemen zoals het komt. Vanavond zal ik na al die verwennerij ook weer zelf eten moeten koken. Best wel leuk eigenlijk zo vol op in de weelderige natuur. En omdat het hier tevens zo vol ligt met dood en droog hout besluit ik om op een open vuur te koken. Ik bouw een vuurplaats en ga aan de slag. Het wordt Rundergoulash met rijst, heel toevallig want dat stond ook op de verpakking. Onder het genot van een glaasje wijn zit ik er warmpjes bij. Gezellig! Omdat het een beetje feest is gooi ik nog wat extra hout op het vuur, er ligt hier toch genoeg. ​

​Tenslotte moet er gevierd worden dat ik vandaag, sinds Donaueschingen, op de kop af, achthonderd kilometer hebt gevaren in tweeënvijftig dagen. Niks om te vieren zou je kunnen denken. Het is maar 15,38 km per dag. Dat is peanuts. Dat klopt maar wanneer je het afzet tegen alle hindernissen die ik, vooral in de eerste vierhonderd kilometer, heb moeten nemen valt het mij niet tegen. Bedenk daarbij dat ik, tot nu toe, veertig keer heb moeten overdragen en reken voor één overdraging maar gemiddeld twee uren tijd. Dus totaal heb ik al minstens tachtig uren (twee hele werkweken) besteed aan alleen maar: uitpakken, boot uit het water halen, inpakken, omrijden naar de inzetplaats, uitpakken, boot te water laten en weer inpakken. Wanneer ik het zo uitschrijf vind ik het opzienbarend. In de praktijk is het ook een hele opgave maar toch, vooral leuk. Wanneer je dan weer weg vaart, moe maar voldaan. Toen het vreugdevuur op zijn eind liep ben ik lekker in mijn, muggenvrije, hangmat gestapt en in een diepe slaap gevallen.

4 comments

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s