Wenen wordt Wenen

Ik word wakker en er is wat gebeurt. Het is inmiddels juni geworden. De lucht is nog wat bewolkt maar de zon is er ook nog maar amper. Ik lig heel comfortabel een beetje na te wiegen hier tussen hemel en aarde in mijn hangmat. Weldra zal ik weer op aarde terug moeten keren om aan mijn ontbijt beginnen. Het wordt nu niet meer zomaar voor m’n neus gezet. Het grote verwennen is weer even voorbij.

Vervolgens verloopt de dag zoals elke andere. Varen, in Tulln er even uit voor een gezonde lunch bij de plaatselijke Alpen Verein. Waarna het weer flink peddelen wordt tot aan de sluis Greifenstein. Na de sluis heb ik weer stroming

Neppomuk (Is een neppert. Is Nepomuk)
 

Maar ook hoge dijken aan de oevers waar ik niet zo goed terecht kan. Natuurlijk zoek ik nu een plekje net zo fijn als de vorige nacht, maar of ik dat hier ga vinden.

En dan, wanneer het al aan de late kant is, zie ik opeens, aan de rechteroever bij Kritzendorf, wat strandjes met bomen vlak langs het water. Ik zoek er een mooi plekje om mijn kano hoog op de oever te kunnen trekken en ga snel aan de slag om mijn onderkomen voor de nacht in orde te maken. Bomen genoeg en er is zelfs al een keer door iemand een soort boomhut gemaakt waarvan ik geen gebruik maak. Eten maken doe ik bij het licht van mijn hoofdlamp. Een mooie en kleurrijke avond wordt mijn toetje, waarna ik weer heerlijk in mijn hangmat inslaap.

Het is vrijdag 2 juni. Heerlijk vroeg op en opruimen. Ik vaar weg als een tevreden mens. Slapen in een hangmat is heel verkwikkend. Op naar Wenen. Ik heb er zin in om deze stad, juist met Pinksteren, te bezoeken en het loopt vlot want het is niet meer zo heel ver. Wanneer ik op het prachtige vlot van Ruderclub Donauhort aankom zien het gebouw en de poort er nogal gesloten uit. Daarom loop ik er omheen en zie daar een drietal mensen met een busje en aangekoppelde trailer met kano een kajak. Navraag leert me dat ze alleen maar deze locatie hebben uitgekozen om een documentaire te filmen. Het wordt een drukte van belang. Ik kijk verder op het terrein van de club. Niemand. Zoals inmiddels wel gewoonlijk lijkt in Oostenrijk is,  alles privaat, afgesloten met hekken en absoluut verboden voor onbevoegden. En de mensen van de filmcrew kunnen me ook geen advies geven. Het e-mailadres van de club schrijf ik aan en hoop dat er snel antwoord komt. Wanneer is alles geprobeerd heb, besluit ik om Wenen maar te laten voor wat het is, een stad voor toeristen en kennelijk niet voor de reiziger, stroomafwaarts over de Donau.

Bij de sluis Nußdorf vraag ik nog of ik het Donaukanaal in zou mogen zodat ik dan op z’n minst nog door de stad kan varen. Uitgesloten, alleen van ’s morgens 07:00 tot 9:30 uur in verband met rondvaarten.

Omdat ik hier allemaal een beetje prikkelbaar van wordt haal ik een voorraad water uit de kraan bij de Ruderclub Donauhort. De kraan is het enige dat wel open is, en ik vaar weg met als doel, Wenen voorbij.

Iets verderop is ook nog een kanoclub waar een man op een fiets naar me staat te wenken. Met moeite kom ik, tegen de sterke stroming in, bij de trappen aan de oever. Hij zegt me dat ik best bij deze club mag overnachten en, omdat hij het gehele weekend varen is in Venetië mag ik zijn sleutel wel lenen. Nou, hoe mooi is dat. Een maatje van Norbert, want zo heet hij komt er ook aan, Frans. Even later komt ook nog een kanoclublid met een auto waarmee ze naar de Cowabunga in Venetië zullen rijden. Ze besluiten dat het toch wel noodzakelijk is om aan de beheerder van het clubgebouw toestemming voor mijn verblijf te vragen. Na meerdere telefoongesprekken is het antwoord beslist, neen, volgens de statuten wordt dit niet toegestaan. De mannen, vooral Norbert, schaamt zich voor de stellingname van de club. Ik zeg dat hij er zich geen zorgen over moet maken en dat ik het alweer vergeten ben. Zij rijden naar Venetië en ik ga het water weer op.

Direct naar de sluis Freudenau. In de tussentijd is alles wat ik van Wenen te zien krijg, dat wat ik vanaf mijn schamele zitplaats kan zien. Een kerk en het Hilton hotel zijn, naast de moderne hoogbouw op de linkeroever, de meest opvallende bouwwerken. De zogenaamde “Pagode” is duidelijk een vreemde eend in de bijt.

Containers

Bij de sluis in Freudenau is een 

enorme containeroverslag waar men druk in de weer is om containers op lange treinen te laden. Na enige overreding bij de sluiswachter krijg ik toestemming om achter twee duwbakverbanden de sluis in te varen. Erachter blijkt geen plaats meer. Dan maar naast de lange Roemeense duwboot, waarvan de kapitein met de juiste plaats aanwijst. Het is allemaal nogal krap maar het gaat. De duwbakken hebben aan beide zijden minder dan een halve meter ruimte.

Kano kwijt

Na de sluis zie ik eerst weer allemaal dijken met granieten glooiïng en daarna weer allemaal weekendhuisjes (privat) waar ik niet aan land kan of mag. Na een oliepijpleiding, die de Donau overspant, ontdek ik een stukje grindstrand, waarop een vrouw een bal in het water gooit om haar hond te laten baden. Door de sterke stroming beland ik op het stuk strand ernaast en trek de kano op de oever. Ik loop een stukje terug om aan de vrouw te kunnen vragen of dit strand publiek of privaat is. Ze geeft aan dat het een openbaar strand is en dat maar weinig mensen uit Wenen dit weten. Na nog over mijn reis te hebben gepraat en over haar leuke levendige hond, ga ik terug naar het strandje waar ik mijn kano heb geparkeerd.

Wat schetst mijn verbazing, ik kom op het strand en zie nergens meer een spoor van mijn kano. Zomaar weg, pleiten, foetsie, verdwenen. Hoe kan dat nou. Als een malle klauter ik naar de strandjes stroomafwaarts. Omdat er telkens hele stapels ontwortelde en omgevallen bomen liggen gaat dit zeer moeizaam, waarop ik maar terugkeer naar de vrouw om te vragen of er misschien nog een andere weg is die ik, stroomafwaarts, kan volgen. De vrouw kijkt van een afstand zeer bezorgd toe. Eer ik bij haar ben hoor ik een stem roepen vanaf een hoger punt op de over. Een jongeman (Marcus) loopt op me af en vraagt of ik misschien een kano kwijt ben. Opgelucht haal ik adem wanneer hij me verteld dat ze hem een eindje verderop op de kant hebben getrokken. Een hele groep mannen die hier, zoals gebruikelijk, hun vrije tijd doorbrengt, hebben zich over mijn vaartuig ontfermt. Stuk voor stuk zijn ze verrukt over mijn verhalen. Ik, op mijn beurt, kan mijn dankbaarheid niet genoeg uitspreken. De op hol geslagen kano gaat natuurlijk niet zomaar verloren, maar je geluk ligt op dat moment wel in handen van de vinder. En dat geluk had ik. Eerlijke vinders waarvan Marcus de moeite heeft genomen om mij terug te vinden, Wolfgang naar de kano is toegezwommen en deze aan land heeft gehaald, en Gerhard, Johan en Rudi voor een vrolijke noot en aan een leuke conversatie hebben bijgedragen. Wat een opluchting voor mij en wat een gastvrije ontvangst na dit netelige voorval.

Hoe kon dit nu gebeuren? Nou dat wisten onze Donauexperts wel. Een aantal keren per dag komen er catamaran’s langsgevaren van de Twin City Liner. Ze varen met een snelheid van zo’n 65 km/u tussen Wenen en Bratislava op en neer. Op het eerste gezicht produceren deze niet van die heel grote golven. Niets is echter minder waar. Wanneer deze golven op het strand aanlopen vormen ze zich om tot hoge rollende en brekende golven die wel twee á drie meter het strand opslaan. En daarvoor had ik mijn kano natuurlijk niet ver genoeg de oever opgetrokken. Dom, dom, dom. Maar, zolang je van je fouten leert word je er wijzer van. De kano altijd heel ver en vooral hoog op de oever leggen en altijd vast maken aan een vast object op de oever. Dit nooit even vlug doen want,

wanneer vlug langzaam wordt kan er van alles gebeuren en ben je te laat.

Les geleerd.

Gerhard nodigt me voor de nacht uit in zijn “Villa Wien”. Zijn vaste stekkie op het strand waar ik aan alle zijden ben ingesloten door de bomen en struiken en waar ik mijn hangmat goed kan ophangen. Ervoor is plaats voor mijn kookspullen en proviand en wanneer alle anderen naar huis gaan richt ik alles in en begin aan mijn avondritueel. De kano heb ik heel hoog op het strand getrokken en vast gemaakt aan een boomwortel. Ik zit na het eten nog lang na te genieten van alles wat me vandaag weer is overkomen. In het begin van de dag denk je dat alles je tegen zit. En dan gebeurt er ineens iets waardoor alles in één keer in de geluksstand springt. Het leven op de Donau is bijzonder. Het leven is mooi. Opnieuw ga ik met een heerlijk gevoel slapen.

Toen ik vanmorgen, opnieuw heel vroeg, wakker werd heb ik eerst nog even lekker liggen doezelen waarna ik maar weer aan het schrijven ben gegaan. Dan vliegt de tijd en op enig moment stond Gerhard al weer bij z’n “Villa Wien” en zei me goedemorgen. Goedemorgen, Gerhard. Het was direct gezellig. We hebben, zo samen op het strand, over werkelijk van alles gepraat. Omdat ik nog ontbijt moest maken hebben we een pauze ingelast om daarna weer lekker te genieten van het prachtige weer. Vanmorgen vroeg had ik al even met de gedachte gespeeld om hier maar wat langer te blijven en te proberen om de zon een beetje tot mijn huid, zonder shirt, door te laten dringen.  In de kano durfde ik tot nu toe steeds mijn shirt nog niet uit te doen omdat je dan zeker ongecontroleerd verbrand. Wanneer ik hier op dit strand een beetje kan voorbruinen kan ik straks misschien wat meer hebben zonder dat ik meteen in een rode kreeft verander. Gerhard gaf aan dat ze het allen heel leuk zouden vinden wanneer ik nog wat langer kon blijven.

Tenslotte had ik voor Wenen ook een dag of vier uitgetrokken en dit was, zeker voor mij, veel leuker dan zo’n hete stad te bezoeken. De hele dag ben ik daarom op het strand gebleven met m’n nieuwe vrienden. Werkelijk heel hartelijke, gulle en vrijgevige mensen die allemaal al heel veel levenswijsheid hebben opgedaan waardoor het een enerverende belevenis is om je met deze mensen te onderhouden.

Bijzonder is Wolfgang, een dichter met zoveel filosofie in zijn hoofd dat ik vind dat hij zijn werk moet laten uitgeven. Wolfgang is tevens de Grillmeister van de avond en verzorgt ons een complete maaltijd op het strand. En, wanneer ze huiswaarts keren, laat hij, de overige biertjes, bij mij achter. Een bijzondere dank aan Wolfgang, Gerlinde en Florian.

Na dit gezellig samenzijn blijf ik alleen op het, inmiddels verlaten strand, achter. De avond is mooi. ​

​Wat het weer morgen doet is nog onzeker maar er wordt regen verwacht. We gaan wel kijken wat het wordt. Of ik blijf, met mooi weer, nog even, of ik peddel door. Op dit moment weet ik dat nog niet.

Maar ik ben gebleven. Lekker de hele dag lang nog, lekker lui, van de zon genieten en filosoferen over van alles en nog wat. Een aantal gedichten van Wolfgang met, ter afsluiting van de dag, nog een barbecue van en door Wolfgang die me weer heel erg verrast heeft. Samen met Rudi hebben we lekker gegeten. Jammer dat het al snel daarna ging regenen.

Om zes uur ’s avonds al naar bed omdat ik buiten mijn hangmat nu geen onderkomen hebt opgezet. Onder mijn tarp in mijn hangmat is de enige, redelijk droge, plaats waar ik, na een biertje, als een tevreden mens, al snel insliep.

Tweede pinksterdag

Tweede pinksterdag en ik heb bedacht dat ik vandaag maar weer verder moet trekken. Traag, want helemaal zeker weet ik het nog niet, ruim het op. In stilte hoop ik dat ik al mijn nieuwe vriendin nog even zie voor ik van wal steek. Op een gegeven moment verschijnt Rudi en het is direct leuk. Daarna ook Marcus, mijn goed nieuws verkondiger. Ook komt er nog een nieuwe gast, de 80-jarige Peter, bij Rudi wel bekend. Wanneer me duidelijk is dat Gerhard en Wolfgang niet of veel later zullen komen nemen we afscheid. Jammer om ze te moeten achterlaten maar ze kunnen mij volgen, mochten ze daar behoefte aan hebben. Sinds Wenen staan er langs de rivier wel honderden kleine houten weekendhuisjes, op palen, waarvan de meesten een groot vlak visnet boven de rivier hebben hangen. Alsof iedereen hier visser is van beroep. Dat ziet er best bijzonder uit. Op hoge snelheid, van soms wel vijftien kilometer per uur schiet ik voort over de rivier. Er is niet heel veel scheepvaart ook valt me op. Het gaat zeer vlot vandaag en ik arriveer, lekker op tijd voor de lunch, bij het “Uferhaus” in Orth. Het is er druk want het eten is er goed. Daar heb ik genoten van een voortreffelijke Zanderfilet (Snoekbaars) met een lekkere salade. Verder gaat het want ik wil naar Hainburg. Net ervoor probeer ik een plek voor de nacht te vinden maar ik vind er geen waar ik tevreden mee ben en besluit door te varen naar Hainburg. Daar aangekomen heb ik eerst een eenvoudige maaltijd genomen zodat ik in ieder geval niet behoefde te koken en meer tijd zou hebben om een slaapplaats zoeken. Het moest wel in de buurt van Hainburg zijn want daar kan ik zeker, zo was me verteld, goed inkopen doen nog voor ik in Slowakije zou arriveren. Min of meer is het me gelukt. De slaapplaats was even perfect als die ik tevoren nog had afgekeurd. Nu bevond ik mij echter een stukje verderop en aan de overzijde van de snelstromende Donau. Of ik morgen dus nog in Hainburg zou kunnen komen is maar de vraag. Wel een heel mooi plekje overigens.

Ik ga vroeg mijn hangmat in die ik, bij gebrek aan bomen, op de grond heb  geïnstalleerd omdat ik massaal wordt aangevallen door muggen. Ook dit was me van Hainburg al voorspeld. Eenmaal beschermd door mijn muskietennet hebben ze het nakijken en val ik al snel in slaap.

9 comments

    • En het houdt niet op, Martijn. Het is een groot succes zo te reizen zonder plan en alles maar te laten gebeuren zoal het zich voordoet. Ik word overal erg verwend. Dat wel. Morgen word ik naar de Maly Dunai gebracht met een auto. Dat scheelt me twee Overdragingen. Super toch! 😎🛶

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s