Malý Dunaj

Vrijdag 9 juni. Precies twee maanden geleden voer ik weg uit Donaueschingen. De tijd is voorbij gevlogen. Vandaag ga ik Bratislava alweer verlaten. Het was een mooie tijd. ’s morgens komen Luba en Jozef naar de club. Ik heb alles al opgeruimd. Jozef brengt een aanhangwagen en daar leggen we de kano in de grote bagagestukken op. De kleine spullen gaan in de kofferruimte van zijn auto en we zijn er klaar voor. Wanneer Luba om elf uur uit haar werk komt kunnen we zo vertrekken. Op het moment dat we de aanhangwagen het terrein afrijden blijkt er een autobus voor te zijn geparkeerd. Erachter hangt een enorme trailer vol met kano’s. De autobus wordt speciaal voor ons verplaatst zodat we er door kunnen. Jozef praat wat met de diverse mensen want hij kent ze. En dan wordt alles ineens helemaal anders. Blijkt namelijk dat de bus met Slowaakse een Tsjechische clubleden ook naar Lúca Tomášov gaan met het doel drie dagen op de Málý Dunaj te varen. Opeens is afgesproken dat mijn kano ook op hun trailer kan en dat ik gewoon deelneem aan hun tocht. Voor Jozef en Luba scheelt dat een hele rit, alleen is het wel jammer dat ik Luba dan niet meer zie om haar te bedanken en afscheid te nemen. Binnen een paar minuten is mijn kano op de trailer en mijn bagage in de bus geladen en zit ik temidden van veertig, volstrekt onbekenden, in de bus. Het is al een gezellige boel en ik krijg gelijk het gevoel dat ik bij de groep hoor als was het nooit anders geweest. We vertrekken naar het inzitpunt bij Lúca Tomášov. Best nog wel een heel stuk rijden, zo lijkt het me. Wanneer we daar aankomen is het ineens een drukte van belang en dat komt me bekend voor van de diverse kanotrip’s die ik met mijn eigen kanoclub “Dajaks” heb gemaakt. Iedereen gaat er gelijk aan de slag en binnen twee seconden is er een toestand van volmaakte chaos. Na verloop van tijd lijkt dit te veranderen en komt er wat orde in het geheel. Vervolgens wordt er besloten dat we eerst naar het nabijgelegen restaurant moeten voor een biertje want we komen het eerste stuk niet meer tegen waar we wat kunnen drinken. Als het bier door de kelen is gegleden kunnen we vertrekken. Opnieuw is er chaos want iedereen speert weg en gaat het water op. Veel kano’s zijn als catamaran aan elkaar gebonden en op de liggers zijn een soort plankiers aangebracht. Daarop bevind zich bagage in enkele gevallen de kinderen want daar zijn er ook een behoorlijk aantal van meegebracht. Logisch natuurlijk met zoveel jonge gezinnen bij elkaar. Als een lint nomaden varen we nu over de Malý Dunaj. Een niet heel brede, kalm stromende, rivier met vooral heel dichte begroeiing van struiken en bomen langs haar oevers. Zo peddelen we langzaam de rivier af. Onderweg springen diverse mensen uit de kano’s en zwemmen een stukje. Het valt me op dat ook de heel kleine kinderen geen watervrees lijken te kennen en ze zwemmen jolig rond de kano’s. Ze kunnen heel goed zwemmen zelfs. Wanneer we zo bij ons kamp voor de nacht komen aangedreven wordt het weer een vermakelijke drukte. Gesleep met boten en bagage en iedereen zet een tentje op. Op een gegeven moment wordt het sein gegeven dat er voor iedereen eten is op het terras. Onderweg is in de bus al geïnventariseerd wat iedereen, en dus ook ik, wilde eten en nu kunnen we dit afhalen. De gulash is overheerlijk en wordt tezamen met een aantal stukken brood naar binnen gewerkt. Het geheel spoelen we met een rijkelijke hoeveelheid bier weg. Het is verrassend dat we toch nog redelijk bijtijds gaan slapen maar iedereen is moe. Het blijkt volle maan te zijn vannacht, en opnieuw een superstille locatie waardoor het lekker slapen is.

Zaterdag 10 juni. We lijken praktisch allemaal tegelijk wakker te worden en overal maakt men ontbijt. De kano’s worden weer geladen en te water gelaten waarna we al snel weer allemaal op het water drijven. ​

​Vanmorgen hadden we af en toe een miezerig regentje. Dan even de jas aan maar ook snel weer uit. Onderweg stonden er wat kersenbomen en hebben we volop wilde kersjes gegeten, een lekkernij. Verder gaat het, langzaam maar gestaag tot dat we bij de lunch plaats, Vodný Mlyn Jelka (Táborisko Vodný Mlyn) aankomen. Een oude houten watermolen waarmee men vroeger het graan tot meel vermaalde. Nu is het een museum en het terrein ligt vol met diverse oude landbouwwerktuigen. Er staan zelfs een aantal oude koetsjes in de schuur. Leuk om te zien. Erg nostalgisch ook. Hier komt ook een groep van nog dertig mannen, vrouwen en kinderen, die alleen maar de zaterdag en zondag ter beschikking hebben. Ze varen vanaf hier met ons mee. Wanneer we alles bezichtigd en gegeten hebben gaan we opnieuw langzaam vertrekken, althans dat denk ik, maar kennelijk moet ook het bier in het andere restaurant nog worden geproefd. Ook ik laat me dan maar verleiden en drink mee. Dan vertrekken we pas echt, opnieuw heel langzaam. Drijvend en zwemmend komen we de rivier af. Bij Madarász drinken we nog maar een bier en daar tref ik, op aanwijzing van Juro (George, de tochtorganisator), de nationale boom van Slovakia, de “Lipa (winterlinde). Zoals Canada de “Maple Leaf”, voert Slovakia de “Lipa”. Leuk om te weten want dit zijn juist de dingen waar men trots op is en dat fascineert me. Een paar kilometer verderop arriveren we alweer bij onze overnachtingsplaats, Kemp Béla Bánk bij Potôňski Lúky. Hier hebben we alle gelegenheid om  de zaterdagavond te vieren. We hebben een avondmaaltijd die vooraf wordt gegaan door een overheerlijke soep met brood. Vervolgens karbonade met de nodige bijlagen. In de avond is er bier en schnaps en bier en schnaps.  Ook wordt er door een aantal mensen ​

​gitaar gespeeld en zingen veel mensen de liedjes mee. Dit is voor mij een heel bijzondere belevenis omdat ik me niet kan voorstellen dat dit in Nederland zo spontaan zou kunnen ontstaan. De warmte waarmee ik door de mensen word omringd is onbeschrijfelijk. Één en al hartelijke gastvrijheid. Vervolgens drinken we bij het kampvuur nog wat bier en schnaps waarna het zo langzaamaan voor iedereen bedtijd wordt. De rust van de nacht valt over ons kampement.

Zondag 11 juni. We worden bijtijds gewekt door een aantal overijverige hanen die de kippen moeten gaan aanzetten om eieren voor het ontbijt te gaan leggen. Het Zweeds ontbijtbuffet is er een waar men in Zweden jaloers op zou zijn. Er staat werkelijk van alles op tafel waarvan je zoveel kunt nemen als je wilt. Stuk voor stuk allemaal heel erg lekker en ik probeer zoveel mogelijk van alles een klein beetje te proeven. De kwaliteit van alle producten is hoogstaand en praktisch allemaal eigen teelt. Zo van het land, verser kan het niet. Mijn complimenten aan de dame die hier de scepter zwaait. Met Honzo en Juro heb ik ook alle kosten afgerekend en mijn eigen bijdrage aan dit mooie weekend geleverd zoals ook alle groepsleden hebben gedaan. Na het ontbijt bezichtig ik de tuinen, de bijenkasten en de boomgaard met, onder andere, de kersenbomen die nu geen wilde maar megagrote, mooie en lekkere kersen geven. Alle bagage die deze dag niet meer nodig is wordt in de twee bussen geladen en alleen het hoognodige gaat mee in de kano’s. Voor mij gaat dit natuurlijk niet op want ik ga niet mee terug naar Bratislava maar vaar door, over de Malý Dunaj. Wanneer we allemaal op het water zijn is het ook nu maar een kwestie van laten drijven. Haast kennen we niet, tijd genoeg want het traject tot aan de waterkrachtcentrale bij Černa Voda bedraagt maar ongeveer tien kilometer. Veel gezwommen wordt er ook niet want, doordat de rivier hier dieper is, is het water gelijk ook een stuk kouder en dat is duidelijk minder prettig. Vlak voor de centrale is een goede plek om de boten uit het water te halen. Ze worden allemaal eerst leeggehaald en daarna systematisch op de oever gelegd. Het wachten is nog op de bussen met de kanotrailer want die zijn verkeerd gereden. Dat geeft ons tijd om m’n zwaarbeladen kano over te dragen. Juro is er van overtuigd dat we het, met een man of acht, gemakkelijk moeten kunnen realiseren, zonder dat ik iets uit de kano behoef te halen. De balken, waarmee de boten zojuist nog als catamaran waren verbonden, worden nu ingezet als jukken, waarvan er vier onder m’n kano worden gelegd. Vervolgens nemen we met acht man ernaast plaats en tillen de balken met de kano en al van de grond. Gelijk in een begrafenisstoet lopen we in een kalm tempo naar de onderkant van de dam en plaatsen daar, de volbeladen kano, met een elegante duw in het water. Ik vaar naar de trap, bij de dam, want ik wil natuurlijk niet zomaar zonder een afscheidsgroet en bedankje  wegvaren. Na een groepsfoto heb ik heel veel handen geschud en afscheid genomen van deze groep mooie mensen die me zo hartelijk hebben opgenomen in hun midden, tijdens hun vriendenuitje. Ik wil ze hierbij allemaal nogmaals heel hartelijk bedanken omdat ze mijn leven en mijn reis hebben verreikt. Bij een aantal mensen word ik emotioneel en schiet ik vol. Ik moet een paar keer slikken en de tranen springen mij in de ogen. Daarna vaar ik alleen verder, nog steeds zwaar onder de indruk van wat me de afgelopen drie dagen is overkomen. Niet heel veel verder maak ik voor de lunch een tussenstop bij de Vodný Mlyn Tomášikovo. Daar blijkt op dat moment, vier dagen lang, een speelfilm te worden opgenomen. De werknaam is “The Praying Bird” en speelt zich kennelijk af in en rond deze door water aangedreven korenmolen. Een jongetje van een jaar of twaalf speelt zo te zien een hoofdrol. Het is een drukte van belang en af en toe, wanneer de camera loopt, moeten we stil zijn. Op het terras is de bediening ook overstuur van alle drukte want het bedienen gaat moeizaam en traag. Er komt een stel uit Potôňsky Lúky bij me aan tafel zitten waarmee ik een leuk gesprek voer. Wanneer ik al heb afgerekend drinken we samen nog een paar biertjes. Het is zo warm dat ze direct dreigen te verdampen wanneer we ze niet snel genoeg leegdrinken. Dan, het is inmiddels al na vier uur, vaar ik weer weg en ik ben benieuwd naar mijn volgende slaapplaats. De camping, vlak na Jahodná, wordt het niet want die neemt, wanneer ik de twee aangegeven telefoonnummers probeer, niet op. Pas veel later wanneer ik alweer een paar kilometer verderop ben, wordt er gebeld. Nu neem ik niet op omdat dat geen zin meer heeft. Diverse malen speur ik de oever af  naar een geschikte plaats. Geen van allen voldoet aan mijn eisen. Tot dat ik op een gegeven moment wel zal moeten besluiten en een keuze zal moeten maken voordat het te donker wordt om nog een fatsoenlijk onderkomen op te bouwen. Dan zie ik opeens een steigertje, waarvan er zovelen langs de rivier zijn gebouwd. Meestal door sportvissers en die maken er dan ook vaak een soort van shelter bij. Ook hier bevond zich een dergelijk bouwsel. Groot genoeg om er m’n hangmat in op te hangen en afgedekt genoeg zodat ik mijn tarp niet hoefde te gebruiken. Één nadeel was dat ik heel snel moest handelen, om zo snel mogelijk in m’n hangmat te belanden, want het was er letterlijk vergeven van de muggen. Zoveel dat ze er in zouden slagen om je in tien minuten geheel te verorberen. Ik besluit dus dat ik alleen het hoognodige uit mijn kano haal. Geen avondeten of ontbijt zal ik hier klaarmaken. Ik ga snel mijn hangmat in en probeer mijn belevenissen van de laatste dagen op te schrijven. Toen dat niet best lukte omdat ik mijn GPS nodig had om de volgorde te rangschikken heb ik alles maar weggelegd en ben gaan slapen. Ik drink nog wat water, ga liggen en val in een diepe slaap.

Maandag 12 juni. Vanmorgen was het gelijk een race om alles zo snel mogelijk op te ruimen. Mijn fleecevest, dat voor nu natuurlijk veel te warm is, moest voorkomen dat de muggen me zouden steken. Ik heb alleen een paar handjes noten gegeten en wat water gedronken omdat dit de snelste manier was om te eten zonder gegeten te worden. Om half zeven al, een recordtijd, was ik op het water. Dat is een mooi tijdstip omdat je dan nog veel nachtdieren kunt tegenkomen. Zo zag ik een zwarte bever en een aantal reeën die nog niets vermoedend water dronken uit de rivier. Een nadeel van een natuurpark, wat niet zo druk wordt bezocht, is, dat de dieren ook heel erg schuw en argwanend zijn waardoor ze vaak al op de vlucht slaan zo gauw ze je maar in het oog krijgen.

Goed kijken
 

Veelal is dit al eerder dan dat jij ze ziet. Een geluk dus sowieso wanneer je een dier ziet. Onderweg zie ik nog een stukje vergane glorie, een bouwwerk van een visser, die zijn stekje waarschijnlijk niet vaak meer gebruikt. Wanneer ik bij de Klátovské Rameno kom, vaar ik die, op aanraden van Luba zo’n twee kilometer, tegen stroom, op. Dit is toegestaan tot aan het haventje van Topol’níky, bij het Thermálne Kúpalisko Topol’níky. De camping aldaar beviel me niet dus voer ik weer terug over dit kristalheldere riviertje met draadalgen van wel tien meter lang en enorme zilverreigers, zo schuw dat het, zonder enorme telelens, onmogelijk is ze te fotograferen. Goed dat ik dit stukje rivier ook heb gevaren omdat het zo enorm verschilt van de Malý Dunaj. Mijn overnachtingsplaats maak ik dit keer heel vroeg, om 11:20 uur al, omdat ik beslist mijn blog moet schrijven voordat ik het  allemaal niet meer kan reproduceren. En de rust zal me ook goed doen. Ik zoek een mooie locatie op bij de samenvloeiing van de Malý  Dunaj en de Klátovské Rameno. Alsof dit plekje voor mij is gemaakt. Daar zet ik, ter muggenprotectie, alleen mijn binnententje op. Ik besproei me met DEET, zet eerst een versgemalen kop koffie en ga aan het schrijven. In de middag maak ik een kop thee en een champignonsoep om mijn ontbrekend ontbijt goed te maken. Gelukkig kan ik, al is het dan gekleed en dankzij de DEET, buiten blijven zitten. Het blijft natuurlijk wel oppassen geblazen. Het is een goed besluit want het schrijven gaat me nu veel beter af dan gisterenavond in m’n hangmat. Terwijl doet de rust me ook goed omdat ik mijn hoofd kan leegschrijven. Om vier uur in de middag ben ik al een heel eind op weg en bevind ik me weer in het huidige moment. Een fijn gevoel is dat inmiddels geworden. Schrijven en reizen horen voor mij inmiddels bij elkaar. Het lijkt er sterk op dat mijn DEET is uitgewerkt. De muggen vallen me alweer aan. Ook is de wind gaan liggen en dat belooft niet veel goeds. Mijn buren, die inmiddels aan de overzijde van het water staan, lijken er niet heel veel last van te hebben. Die zitten gewoon met blote armen en benen en ik zie ze geen slaande bewegingen maken zoals ik beslist moet doen. Zou er dan toch een soort immuniteit kunnen ontstaan? Om even wat rust te hebben en aan deze muggenplaag te ontsnappen kruip ik in mijn tentje. Daar heb ik rust, al is het wel in de wetenschap dat ik er ook weer uit zal moeten om een maaltijd voor mezelf te bereiden. Voor nu ben ik even insecten vrij. Voor het avondeten heb ik maar even een blik linzentopf opgewarmd. Daarna nog een koffie en een thee gedronken. Met DEET en mijn fleecevest aan, heel erg warm, maar toch nog lekker even buiten kunnen zitten ondanks de muggenplaag. Daarna weer snel de beschermende omgeving van mijn tentje opgezocht, muggenvrij. Even nog contact met thuis en daarna lekker slapen.

Dinsdag 13 juni. Vanmorgen werd ik om zeven uur pas wakker gemaakt door de zon. Om negen uur ben ik mijn tent pas  uitgestapt omdat ik me dan helemaal weer moet aankleden om me te beschermen en dat is direct ook wel weer heel erg warm. Toch moest het er van komen want, in de tent, al is het dan alleen de binnentent, zweet ik ook als een otter. En een ontbijtje zou me ook wel weer smaken dus, vooruit met de geit. En welk een verwondering, de muggen blijven weg. Niet allemaal maar het is uit te houden. De zon is heet, zelfs nu al zo vroeg op de dag. Dat wordt wat vandaag op het water. Gelukkig is er ook best veel wind dus dat veraangenaamt veel. Op dit stuk Malý Dunaj valt er weinig meer te beleven dan te genieten van de uitbundige natuur. De diverse reigersoorten, die hier in overvloed aanwezig zijn, maken dat ze weg komen zodra ze een glimp van je opvangen. Dat gaat overigens ook op voor de reeën die aan het water komen drinken. Een enkeling wacht op afstand nog wat af maar neemt vervolgens ook al snel de kuierlatten. Foto’s maken blijft een lastige onderneming zonder supertele-objectieven. Doorvaren maar en genieten. In Kolárovo vind ik zo snel nog geen plaats voor een overnachting maar het is nog vroeg. Ik loop naar het centrum om eerst maar weer eens een heerlijke maaltijd te gaan gebruiken. Dat kan nooit kwaad en wellicht kook ik dan vanavond niet en zet ik alleen maar koffie. Geen idee nog hoe het hier met de muggen gesteld staat maar de eerste plek die ik bezocht om te beoordelen viel direct af omdat de muggen me direct al te pakken hadden. Na het eten, om kwart over vier al kan ik er weer een poosje tegen. Kalm aan een plekje zoeken en hopen op een succesje. Je weet maar nooit. Meestal valt het mee. Mogelijk volgt er dan een lange, zwoele, zomeravond. Kolárovo ligt aan de Váh en dus heb ik de Malý Dunaj inmiddels achter me gelaten. Deze Kleine Donau was me beslist de moeite waard, temeer omdat ik deze, de eerste dagen, als lid van een grote groep enthousiaste en gezellige mensen mocht beleven. Het is beslist een stukje natuur, uniek in zijn soort. Oerwoud met gecultiveerde bossen en landbouwgronden er direct achter. Het eiland, gelegen tussen Donau en kleine Donau, heet dan ook niet voor niets de korenkamer van Slowakia. Voor roeiboten bevinden zich in de Malý Dunaj teveel onoverkomelijke hindernissen zoals: scherpe bochten, de overdragingen, de ondiepten en de geringe breedte op sommige stukken. Daarvoor het is het traject van de Mosoni Dunaj beter geschikt. Voor mij is de keuze om de Malý Dunaj gevallen omdat ik dan wat langer in Slowakia ben, waardoor ik het land en de mensen wat meer kan leren kennen en beleven. Voor nu ga ik afrekenen en via de supermarkt terug lopen naar mijn kano die ik aan een steiger heb achtergelaten. Ik koop wat bier, wijn, appels en uien. Dan is mijn voorraad weer op peil. Vervolgens wordt het zoeken naar een mooi plekje. Dat vind ik niet dichtbij Kolárovo maar wat verder op de Váh. Een heus zandstrandje dit keer, met een berg zand wasrop mijn tentje precies past. Helemaal prachtig. Muggen zijn er volop en ik gebruik mijn ​

​laatste beetje DEET zodat ik koffie en thee kan maken zonder dat ik wordt lastig gevallen. Wanneer dat achter de rug is besluit ik, voordat ik in mijn tentje kruip, nog even een stukje te gaan zwemmen om opgefrist in m’n slaapzak te kunnen kruipen. Een beetje zanderig is het daarna wel in mijn onderkomen. Zand is nooit mijn favoriet geweest. Wanneer ik me afdroog, tel ik, dat ik inmiddels wel 75 tot 100 muggenbulten heb. Nog steeds ben ik niet immuun voor hun steken al kan dit nooit lang meer duren. Twee Hongaarse vissers gevraagd naar hun favoriete middel tegen muggen. Meer dan het woord spray krijg ik er niet uit. Ik zal op zoek moeten in een apotheek denk ik. Tevreden over mijn dag en de Malý Dunaj val ik in slaap.

8 comments

  1. Jeetje Willem. .twee maanden geleden alweer. Ik geniet ontzettend van je mooie verhalen! Blijf genieten (En schrijven zodat we een beetje meedoen!)

    Groetjes Willeke

    Liked by 1 persoon

  2. Wat een mooi verhaal weer Willem blij voor je dat het je verwachtingen meer dan waar maakt laat ons via jou verhalen een beetje mee genieten veel plezier nog 👍👍👍😎😎😎😎

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s