Roerige tijden

Zaterdag 1 juli. Vannacht heeft de hele nacht gegoten van de regen. Het bleef maar doorgaan en pas om een uur of acht vanmorgen knapte het een beetje op. Ik neem het maar zoals het komt. Kan wat schrijven en aan mijn blog werken. Hongarije wil kennelijk nog niet dat ik haar verlaat. Het is nog maar 18,8 kilometer naar de grens met Servië en Kroatië. De zon schijnt nu echt lekker en ik ga er vandaag dan ook maar eens echt van genieten. Zo kan ik weer even uitrusten en bijkomen van al mijn inspanningen en belevenissen. Er komt een groep Duitsers naar het strand en we hebben een leuk gesprek. De man heeft jaren lang veel te hard gewerkt over de hele wereld. Luxe hotels gebouwd zoals het Sheraton, Hilton en dergelijke. Een aantal jaren geleden heeft hij Parkinson gekregen en nu hij realiseert zich dat echte rijkdom niet in geld en luxe gevonden wordt maar een tijd. Wanneer je daar maar genoeg van neemt, elke dag, dan wordt het in je hoofd vanzelf ook gezond. Ik ben het roerend met hem eens. Ze blijven vandaag ook hier want hij heeft gasten over uit Duitsland en daarmee genieten ze vandaag van de Donau. Hij woont met zijn vrouw en hond hier in de buurt van Mohács. Op een gegeven moment vertrekken ze toch ook weer. Ze hebben kennelijk nog een aantal honden thuis die ook verzorging nodig hebben. Ook hun vrienden vertrekken kort daarna. Ik ben weer alleen op mijn fantastische strand. Door de dag heen komen er nog een aantal bezoekers om hun warme lijven af te koelen of om zomaar van de zon te genieten. Nooit blijft mijn heel erg lang. Waarschijnlijk omdat zij weten dat er morgen weer zo’n dag komt. Vandaag heb ik, alvast voor vanavond, hout verzameld, gezaagd en te drogen gelegd zodat ik weer van een vreugdevuur kan genieten. Nu vier ik mijn laatste avond in Hongarije. Dat is, wanneer ik morgen tenminste vertrek, want niets is zeker of gepland op deze reis. Vanmiddag heb ik een linzenmaaltijd met rijst gegeten. Mogelijk eet ik vanavond ook nog wel wat. ​

​En dat werd, om een uur of half elf pas, rijst met Beef Jerky, die ik van Martin hebt meegekregen (rantsoen, één per maand). Dat smaakt nog prima ook. Je moet het natuurlijk alleen zien als voedingsmiddel en moet je er ook geen dagelijkse gewoonte van maken. Toen het vuur gedoofd was ben ik ook gaan slapen.

Zondag 2 juli. Zoals gewoonlijk weer bijtijds wakker. Zeker nu ik weer moest opruimen en inladen. Dit is na twee nachten altijd meer werk dan na één. Om ongeveer kwart over negen ging ik het water op. Wederom zou ik al snel weer uitstappen want nu lag Mohács letterlijk, om de hoek. Daar aangekomen heb ik het rustige stadje een beetje doorkruist en wat bezienswaardigheden gefotografeerd. Veel zijn dat er niet en ik was dus al snel weer bij mijn kano terug. Onderweg heb ik natuurlijk alweer een ijsje gesnoept want daar kan ik maar moeilijk voorbij lopen. Terug op het water met veel wind, alleen dit keer in de rug of van opzij maar nooit echt tegen. Dat scheelt toch een heel stuk inspanning. Plots, als uit het niets, komt er een groene boot zoals je er hier zoveel ziet, voorbij gestoven, die mindert vaart en gaat in mijn koerslijn liggen. Ik denk toch wat willen die nou van me. Blijkt het de waterpolitie te zijn, Hongaarse douane dus. Ik heb een probleem want ik ben, aan het begin van Mohács, het douanekantoor voorbij gevaren zonder dat ik mijn paspoort hebt laten controleren. Ze communiceren met behulp van verschillende apparaten met kennelijk ook verschillende instanties, en kijken er een beetje moeilijk bij. Maar toch begrijp ik, al versta ik er geen snars van, dat ze me wel goed gezind zijn op de een of andere manier. Ze blijven maar praten in die apparaten en met elkaar en ondertussen drijven we, zij aan zij verder, stroomafwaarts over de Donau. Op een gegeven moment hebben ze kennelijk een plan doorgekregen. Daarvoor moet ik een stukje terugpeddelen, naar een strandje, want daar moet het plan worden uitgevoerd. Op het strandje aangekomen wordt er nog druk overlegd via de apparaten en dan ineens mag ik mijn paspoort tonen. Dat heb ik natuurlijk op zak en op het lijf, zoals het behoort, en overhandig het. Er wordt weer een apparaatje tevoorschijn gehaald en daarop begint de man, met mijn paspoort, gegevens uit mijn paspoort in te kloppen, als een soort sms-bericht of WhatsApp. Wanneer dat is gebeurd feliciteert hij me alvast met mijn verjaardag en krijg ik toestemming om door te varen. Ze zijn heftig geïnteresseerd in mijn kano en in het zonnepaneel in het bijzonder. Dat vinden ze slim. Ze geven me nog enige instructies mee om de volgende grensbepalingen goed te kunnen uitvoeren en dan schudden we handen en vertrekken. Een kilometer of vier à vijf verder op ontmoeten we elkaar weer, nu exact op de grens tussen Hongarije en, Servië op de linker, en Kroatië op de rechter Donauoever. Ze hebben de douaniers, die daar de wacht houden, al van mijn komst op de hoogte gebracht en we vullen wat tijd met een aangenaam gesprek. Het blijkt dat ze erg alert moeten zijn op migranten die toch telkens proberen om in Hongarije en verder te geraken. Deze week waren er zomaar al weer tien opgepakt en terug gezonden. Ook verklappen ze me, dat er langs deze kant en de overkant Hongaarse Militie (militairen) wachtlopen en wanneer ik goed kijk zie ik inderdaad overal gestalten in het struikgewas. Dat zie je echter pas wanneer je er op gewezen wordt. We nemen opnieuw afscheid en ik vaar naar de boot van de Kroatische douane, die midden op de rivier de wacht houdt. Daar aangekomen krijg de instructie om vanaf hier de linker (Servische) zijde van de rivier te bevaren. Kroatië (de rechter zijde) mag ik niet in omdat de Kroatische douane geen faciliteiten heeft om kleine vaartuigen te controleren. Die zijn alleen ingericht voor de grote cruise- en vrachtschepen die tevoren zijn aangemeld. De man is bijzonder vriendelijk en ik vertel hem dat ik het jammer vindt dat ik mijn Kroatische vlag nu niet kan voeren. Is goed in handen en nemen afscheid. Ik vaar direct naar de linkeroever en ga daar aan wal om een Servische vlag te zetten. De Hongaarse en ook de Kroatische vlag gaan terug in mijn tas. Weer ga ik verder, op instructie van de Kroatische douanier naar Bezdan want daar moet ik de wal op om me bij de Servische douane te melden voor een paspoortcontrole. Daar aangekomen moet ik, via een platte boot, op een oude patrouilleboot, op een ponton, via een bruggetje, over een oude, gammele trap met wegklappende treden, naar de vaste wal. Daarna nog even zoeken en een groot oud gebouw,  wat er nogal officieel uitziet, binnen gestapt. Verder, op de gok, zomaar een gang ingelopen en, achter een half geopende deur, een man aangesproken die uit een fles, waarschijnlijk water, stond te drinken. Hij zag mij en dronk onverstoorbaar door. Toen hij vond genoeg te hebben gedronken, raakten we aan de praat. Hij was de Kapetanija die ik moest hebben vertelde hij me. Toen ik hem uitgelegd had waarvoor ik kwam vertelde hij me dat hij een inreisdocument voor me zou maken en of je nu met een kano of met een groot plezierjacht komt, dat maakt geen verschil, dat kost € 70,=. Omdat ik maar tot € 65,= uit mijn portemonnee kom toveren kreeg ik dus geen document. Bij passen met andere valuta was uit den boze. Het ging hier duidelijk om keiharde €uro’s. De man was heel aardig en legde mij uit wat ik dan kon doen. Ik moest me morgen melden in Apatin, met voldoende euro’s, in de haven bij de Kapetanija en die zal dan een inreisdocument voor me maken. Hij is van 08:00-15:00 uur geopend. Hij heeft me ook precies uitgelegd waar ik moet zijn en op mijn vraag of ik hier in de buurt ergens wat kan eten geeft hij aan dat er, onder de brug zo’n 200 m verder, een aardig restaurant is waar ik naartoe kan gaan. Tevens geeft hij me mee dat ik overal in Servië vrij maar kamperen alleen deze ene nacht zou, bij controle, een probleem kunnen opleveren omdat ik nog niet in bezit ben van het vereiste document. Hij loopt met me naar buiten en we nemen afscheid. Het is maar een klein stukje naar het restaurant en heel prettig dat er nog wat gasten zijn die Engels spreken anders had ik niet kunnen bestellen. Met wat hulp heb ik kunnen genieten van een heerlijke maaltijd. Toen ik afrekende, in Kroatische Kuna, want die had ik op zak, probeerde ik, op de een of andere manier, vijf €uro te kopen. Vijf €uro zou overeenkomen met Kuna 37,= en ik bood vijftig Kuna al met al geen gekke deal dacht ik. Ik kreeg het niet voor elkaar om uit te leggen wat ik ze voorstelde. De serveerster haalde er een gast bij die Engels sprak. Die ging terug naar haar tafelgenoten maar niemand kon vijf €uro tevoorschijn toveren. Wel was een van de mannen razend enthousiast over mijn kano en nog meer over mijn verhalen en mijn blog. Mag ik mee, even bij je kano kijken? Ja, natuurlijk mag dat. Hij glunderde van enthousiasme. Toen we weer terugliepen nam ik al mijn lege waterflessen en zakken mee om te vullen bij het restaurant. Daar was ik nog niet mee klaar toen dezelfde man me kwam halen omdat ze een idee hadden. Ik maakte af waar ik mee bezig was en ging met hem mee naar hun tafel. Daar vroeg de andere man hoeveel Kuna ik bij me had. Ik toonde hem het briefje van vijftig Kuna en hij stopte me € 10,= in de hand. Wanneer je al van zover gekomen bent, verdien je het om geholpen te worden, sprak hij. De eerste vrouw voeg toe: “This is our treat”. Wat een prachtig gebaar en wat een lieve mensen. We hebben, over en weer, nog wat foto’s gemaakt waarna zij weer verder zijn gegaan met eten en ik met varen. Wat een prachtige eerste kennismaking met Servië en de Serviërs. Geweldig!

Verder gevaren dan maar weer. Op de Kroatische oever zit men op een terras heel mooi, in koor, te zingen. Hoe aanlokkelijk klinkt dit voor een varende reiziger. Ik moet meteen aan Lorelai denken. De verlokking. Ik weersta deze want ik wil geen problemen, deze dag en nacht. Na 37 kilometer vind ik een strandje wat aan mijn pakket van eisen voldoet en daar maak ik mijn verblijf in orde. Een leuke plek, alleen wat winderig en dat is lastig op los zand. Wijn en bier heb ik niet meer in huis en wanneer ik niet meer echt wil koken moet ik genoegen nemen met een appel, een paar koppen koffie en een sloot thee om het vochtniveau op peil te houden. Daarna nog even contact met thuis en wanneer het buiten, door de schrale wind, te fris wordt ga ik naar binnen en naar bed. De lucht is zwaar bewolkt en gromt wat af en toe. Ik hoor geluiden die ik tot nu toe nog niet heb gehoord. Het gebied wordt vaak door mensen bezocht, denk ik, en ik heb ook al honden gehoord die hier worden uitgelaten. Dat is nieuw voor me. De bootjes met vissers, die met regelmaat verkassen, waren er ook in Hongarije al. En nu moet ik mijn fort ook nog gaan afsluiten want het begint, heel zachtjes nog, te regenen. Nadeel is, dat het dan binnen weer heel snel klam, warm en zweterig wordt. Het wordt weer een spannende nacht, op zo’n zandhoop midden in het water.

Maandag 3 juli. En het was spannend vannacht. Binnen ligt er nu bijna net zoveel zand als buiten en even heb ik gedacht dat ik met het hele spul zo wegwaaien. Gelukkig is dat niet gebeurd. Het heeft ook nog wel wat geregend maar dat was gelukkig geen stortbui. Het bleek ook geen beetje tegen het stof want ik voel me nu net zo’n Touareg, helemaal onder het zand.

Op naar Apatin voor de broodnodige douaneverplichtingen. Daar aangekomen had ik de Kapetanija snel gevonden. Zit er dezelfde persoon die ik gisteren in Bezdan heb gesproken. We schudden handen als oude bekenden en hij vraagt me direct of ik het restaurant onder de brug nog heb bezocht. Ja, natuurlijk en het was hartstikke goed. Daarna begon het wachten. Er waren twee gasten voor me. Dit is Servië, bureaucratie uit de vorige eeuw. Alles moet op papier en worden ondertekend. Vervolgens moet ik naar de stad om te gaan betalen bij een betalingskantoor, daarna terug naar de Kapetanija om de vereiste brief, een document van vier pagina’s, te halen, in tweevoud. Eentje voor mezelf en één ervan moet bij de waterpolitie worden gebracht want daar gaat het om, ik heb de vergunning gekocht waardoor ik, in Servië, op de Donau mag varen. Vervolgens weer terug naar mijn kano bij de Kapetanija en dan kan ik weg. Dit alles zou me, wanneer ik alles had moeten lopen, ongeveer twee dagen hebben gekost. Dankzij een lieve mevrouw, Olivia, die ook bij de Kapetanija moest zijn voor een of andere registratie, die me overal naartoe gereden heeft, heeft dit hele ritueel slechts een paar uren in beslag genomen. Onderwijl heb ik bijna de hele stad, met begeleidende informatie van Olivia, gezien en dus bezocht. Ik heb haar niet genoeg kunnen bedanken. Een goede tip van haar nog: betaal alles in Dinar, nooit in €uro’s of andere valuta. Of betaal met een bankkaart of Visa card. En toen stond ik weer bij mijn kano en bleef weer alleen achter. Eerst ging ik, lekker dichtbij, bij het benzinepompstation van de Marina een paar blikjes bier, een flesje rode wijn en een jerrycan met vijf liter water kopen. Morgen ben ik tenslotte jarig en dat moet gevierd. Daarna ga ik uitgebreid eten in het mooiste restaurant, op de mooiste locatie van de stad, “Kruna”. Ik heb er geweldig goed gegeten en genoten van het hier, in Apatin gebrouwen, bier “Jelten”. Ook een heel smakelijk pilsje. Er is hier trouwens, zo vertelde Olivia me, nog een heel beroemde schoenen fabriek, waar zo’n 300 mensen werken. De schoenen worden niet hier verkocht maar alleen gefabriceerd voelde heel grote merken: Prada, Gucci, et cetera. Toch iets om trots op te zijn, dat Apatin.

Bureaucratisch is Servië dus in elk geval, maar tevens zie je, aan het onderhoud van gebouwen en dergelijke, dat het ze beslist niet makkelijk afgaat nu het communisme het onderhoud niet meer, als vanzelfsprekend, ondersteund en financiert. Alles ziet er een beetje verpauperd uit. Behalve de officiële gebouwen, de blikvangers en de kerken. Daar is kennelijk nog wel geld voor.

Vandaag laat het weer me opnieuw in de steek. Het waait hard, het is bewolkt en het geheel bezorgd me een onbehaaglijk gevoel. Niet erg aanlokkelijk om vanavond weer een plekje langs de oever te gaan zoeken. Toch ben ik dat van plan want Apatin heeft geen overnachtingsmogelijkheid voor mij en langer blijven wil ik hier eigenlijk ook niet. Dus na het restaurant en een bezoek aan de grote en heel aparte kathedraal, die kennelijk precies op de helft van de totale Donaulengte is gebouwd, ga ik gewoon weer op pad. Op zoek naar een plekje voor de nacht, bij voorkeur ergens op de helft van mijn eigen reiskilometers passeer ik ook de 1400 rivierkilometer. Na een aantal locaties te hebben afgekeurd ga ik kamp maken op 1391 kilometer. Dit is op nog slechts anderhalve kilometer varen naar de werkelijke (rekenkundige) helft van mijn reis. Hier begin ik dan ook aan mijn verjaardag, morgen. Vandaag heb ik bier en wijn in huis gehaald dus het kan een knalfeest worden. Nog even gezellig WhatsApp contact gehad met thuis en dat is altijd leuk. De afstand betekent dan niets meer. We concluderen ook dat we beiden niet thuis zijn op onze verjaardagen, dit jaar. Vreemd maar ook wel een apart en toch en beetje leuk want we zijn beiden aan het genieten op dat moment. Hopen we natuurlijk. Op het moment dat de zon onderging werd het direct fris. Zo fris dat ik een jas en lange broek heb aangetrokken. Er zit veel vocht in de lucht. Mijn tent zit al helemaal onder het condens. Ik ga vanavond maar weer bijtijds naar bed.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s