Kamp 1204

Maandag 10 juli. Weer mooi op tijd door de zon gewekt. Dat is zo prettig. Met de routine uitgevoerd en al snel weer het water op, half acht of zoiets, geloof ik. Het eerste stuk ging goed maar nadat de Tisza in de Donau stroomt is er een iets te stevig je kopwind op komen zetten die mij heel veel energie kost. Met zo’n twee á drie kilometer per uur kom ik vooruit. De wind is sterker dan de stroomsnelheid. Om die reden stop ik in Surduk. Hier doe ik wat inkopen en drink domestic koffie met Palatschinken. Dan weer teruglopen naar de Donau (1 km) en daar besluiten of ik verder vaar of daar uitrust en overnacht. Natuurlijk ga ik liever door. En dat doe ik dus ook, golven of hoge golven, dat maakt me niet uit ik wil wat kilometers maken.

Op een totale kilometer-dagafstand van 17,4 km wordt ik aangeroepen door een man die in het water een vissteiger aan het bouwen is. Op de oever zie ik een soort groep’s kamp met onder andere twee legertenten. Het ziet er leuk uit en ik ga op zijn uitnodiging in. Of ik nu hier stop of 10 km later. Er wordt direct voorgesteld: Ilija en Darko zijn hun namen. Of ik koffie wil? Ja, graag. Maar eerst krijg ik een biertje want, koffie dat duurt even. We praten honderduit, Ilija en ik want Darko verstaat ons wel maar spreekt zelf geen Engels. Ilija is radioamateur en heeft veel Nederlandse collegaamateurs ontmoet. Hij is 72 jaar en behoorlijk kras en bijdehand. Op een bepaald moment zegt hij naar de keukentent te gaan om het diner te gaan maken. Daarbij ben ik dus tegelijk ook bij uitgenodigd. Ik wacht het maar af en schrijf wat. Ilija zet een eenvoudige maar heerlijke maaltijd op tafel. Een soort aardappelstoofpot met uien en spek, een heerlijke paradis salade (tomatensalade) en dat moet natuurlijk begeleid worden door een glaasje Rakija en een glas water. Het was om je vingers bij op te eten. In de middag komen er een aantal familieleden op bezoek. Die zwemmen en praten gezellig wat. Voor mij is dit ook leuk want een aantal spreekt Engels. Om een uur of zeven gaan ze weer naar huis en nemen Darko mee. Ik blijf met Ilija achter. Die zorgt voor het avondeten waarna we gezellig met elkaar zitten te keuvelen.

Wanneer de volle maan boven de horizon uitkomt kijken, gaan we naar bed. Ilija heeft de gastentent voor me gereed gemaakt en daar slaap ik vannacht. De LED-verlichting in het kamp gaat uit en wij gaan slapen.

Dinsdag 11 juli. Om vijf uur zijn we weer op. Net voordat de zon opkomt. Het mooiste moment van de dag. Ilija heeft direct een kop koffie voor me klaarstaan. Hij had al op me gerekend. Meteen wil hij er ook een Rakija naast zetten maar die weiger ik beleefd doch dringend. Ik zeg dat ik in de kano beslist sober moet zijn omdat ik er anders niets van terecht breng. Hij begrijpt het maar had nog graag een aantal Rakija met me willen drinken. In de tijd dat ik er nog was heeft hij zich toch zeker nog een keer of 4 á vijf maal ingeschonken. Terwijl drink ik mijn Turkse koffie en geniet.
Dan is het weer tijd voor afscheid en vertrek. Ilija schenkt mij een klein zwart zakmesje wat ik, ondanks mijn bezwaren, moet aannemen. Dat accepteer ik dan ook maar in dankbaarheid en, in ruil daarvoor, beloof ik hem de foto’s toe te sturen. Het spijt mij te moeten vertrekken. Ilija zegt dat het mijn doel is naar de Zwarte Zee te varen. Zijn doel is om twee maanden in Kamp 1204 te blijven. Beiden moeten we onze doelen respecteren. 

Na vele gelukwensen tijdens het warme afscheid stap ik in en vertrek.

Na 4 km drijf ik voorbij de 1200 km paal.  Weer een gedenkwaardig moment. Vlak voor Zemun, straks, hoop ik de 1179 km te passeren en op dat moment heb ik dus, alleen rekenkundig, precies 1600 km afgelegd na mijn vertrek uit Donaueschingen (op 2779 km). Het gaat, zo lijkt het, allemaal vanzelf.

In Stari Banovci stop ik voor een kop koffie. Omdat de keuken pas om negen uur open gaat houd ik het bij één koffie en ga vervolgens naar een bakker en koop daar mijn spullen voor het ontbijt. Daarna naar de supermarkt voor ontbijtspek en trappistenkaas.

Na een klein stukje varen een plekje in de schaduw opgezocht. Wanneer 33 cl bier staat voor twee boterhammen dan staat een halve liter bier wel voor drie. Vanmorgen om half tien heb ik dus een ontbijt met zeven bolletjes brood, belegd met 200 g trappisten kaas en 100 g ontbijtspek, weggespoeld met drie boterhammen. Dat is nog eens een stevig ontbijt. Bij Ilija had ik alleen nog maar een koffie en twee glazen water gedronken en dat is voor mijn huidige energieverbruik beslist ontoereikend.

Mijn voorraad havermout van thuis is nu op en hier kan ik dat niet kopen. Ik ga het in Beograd nog wel een keer proberen maar ik ben bang dat ik een ander ontbijt zal moeten gaan verzinnen en me zal moeten aanpassen aan wat verkrijgbaar is. Dat wordt, zo heb ik al wel gemerkt, nog een hele uitzoekerij.

Na dit uitgebreid ontbijt ga ik weer verder. Deze kikker vaart stukje met me mee.

Rechts, op 1184 km, is een 

restaurant waar ik, omdat het inmiddels veel te heet is om in de kano op het water te zitten, aan land ga. Ik bestel een bier en besluit te gaan schrijven. Dit moet ik vanaf nu echt goed bijhouden omdat ik meer beleef dat ik kan bijschrijven. Terwijl ik hier zo zit te schrijven en bietjes zit te bestellen raakt men toch nieuwsgierig. Ze gaan vragen en ik vertel. Dan komt de chef aan met een soort worstenbrood van zo’n 30 cm en daarna met een paar schrijven Gaiameloen. Gewoon omdat ze vinden dat ik het moet proeven of zo. Deze man is van Italiaanse oorsprong maar zijn gedrag is al helemaal Servisch. De Serven zijn voor mij één en al gastvrijheid. Een leuk detail. Inmiddels zitten er twee politieagenten op het terras en iedereen spreekt over die Hollander die met zijn kano de gehele Donau afvaart. De politie reageert niet, terwijl ik me in elke plaats, waar ik aan land kom, bij de politie zou moeten melden om m’n paspoort te tonen en dus aan te geven waar ik me op dat moment bevind. Kennelijk vind de mens, in de politieagent, deze meldingsplicht ook niet zo heel erg zinvol. Ondertussen drink ik bier, schrijf en houd me op de vlakte. Het is vandaag zo’n 40° en niemand maakt zich nog heel druk met deze temperaturen. Er heerst een tropische sfeer op dit terras, in “The middle of nowhere”. En dan presenteert de man me weer een enorme schrijf water meloen, en komt daarna uit zichzelf, met een vers biertje voor me. Natuurlijk zal ik het wel moeten afrekenen maar wat een gastvrijheid. Voor mij is Servië tot nu toe kampioen in gastvrijheid. Wat een mensen, mensen! Super gastvrij! Servië valt als een warme deken om mij heen. Opnieuw vraag mijn gastheer of ik nog een stuk watermeloen lust. Ik geef beleefd aan dat ik voldaan ben en niets meer naar binnen krijg. Onderliggende licht protest accepteert hij mijn excuus. Wanneer de tijd rijp, de wind acceptabel en de temperatuur wat is gedaald vertrek ik om op zoek te gaan naar een plekje voor de nacht. De rekening bedraagt slechts 500 dinar. Dit kan natuurlijk helemaal niet en ik geef het dubbele. Verschrikt wordt er gereageerd maar wanneer ik zeg dat ik dit geeft omdat ik hun liefde voor hun kinderen heb gezien en dat ik dat geweldig vind wordt mijn tip geaccepteerd. Wel gaat ze het direct aan haar man vertellen die ook hartelijk bedankt.

Na een klein stukje varen vind ik al een geschikt plekje voor de nacht. Het verdient geen hoofdprijs maar ik ben even wat minder kritisch omdat ik vlak voor de stad Zemun, een voorstad van Beograd, ben. Dus dat wil ik nog niet in op dit tijdstip. Morgen bekijk ik wel hoe ik dat ga aanpakken. Het eten dat ik vanmorgen kocht en nog over heb zet ik nu in als diner en dat bevalt me goed. Met een voldaan gevoel begin ik aan de avond en ga al vroeg slapen.

2 comments

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s