Klisura en Kazan

Zaterdag 22 juli. Vannacht werd ik wakker van een paar grote plonzen waarna ik natte voeten kreeg. Haastige spoed, zelden goed. In de haast heb ik mijn tentje te dicht langs de oever geplaatst, ik had ook maar weinig ruimte beschikbaar naast de caravan. Komt er dan een cruiseschip langs, die grote golven maakt, dan kan het zijn dat die tegen de steile glooiing opspatten waardoor mijn tentje nat werd, ik ook. Maar snel weer opgebroken en gaan varen. Deze Klisura en nu ook de beide Kazan’s staan op het programma vandaag. Opnieuw is me dit, op een enkele uitzondering na, tegengevallen. Het water stroomt er, ondanks de spectaculaire vernauwing, nauwelijks (1,2 km/h). Doordat de Kazan een bezienswaardigheid is wordt deze, veel te druk, bevaren door grote speedboten afgeladen met toeristen uit Roemenië. Aan de Roemeense zijde zijn een tweetal grotten die bezocht worden. Ook ik heb daar een kijkje genomen alleen kan ik met de kano veel verder de grot invaren. De Veterani grot, genoemd naar een veldheer die daar de Turken heeft geprobeerd tegen te houden wat hem echter niet is gelukt. Wanneer ik weer uit de grot ben is het water een grote klotsbak geworden en varen tientallen speedboten de toeristen af en aan. De bestuurders houden niet of nauwelijks rekening met andere boten en dus ook niet met mijn kano. Één ervan passeerde me op een meter of drie waarop ik niet kon nalaten hem een middelvinger te geven. Natuurlijk krijg ik een deel van zijn hekgolf binnen en de man in de boot erachter kijkt begripvol en maakte een gebaar dat hij, in de boot voor hem, gek is. Ik vraag me af waarom er geen regels zijn in juist dit stuk Donau. Stuurboordwal varen is toch wel het minste wat gerespecteerd zou moeten worden. De beroepsvaart moet dan ook met regelmaat hoornsignalen geven. Het is een toeristencircus en het heeft mij de natuurbeleving van de Kazan ontnomen. Aan de Servische zijde heb ik daarna wat rust genomen. De temperatuur van 37 á 38 °C was, zelfs op het water, te hoog geworden. Na enige tijd dan toch maar weer op weg. Inmiddels was de wind weer toegenomen en ik had hem nu tegen. Zwaar werk wanneer er naast windgolven ook nog de golven van de vele speedboten aan worden toegevoegd. Tot aan de gedenktafel van Trajanus bleven ze, in grote getale, langs razen. Zo jammer! Daarna was er alleen nog, in steeds toenemende mate, de wind. Na lang ploeteren kwam ik langs een steiger met drie vissers. Die nodigden me direct uit voor een biertje zodat ik met wat minder wind verder zou kunnen varen. De wind bleef echter wat langer staan en het werden twee biertjes. Toen mij bleek dat de wind niet zo gaan aflaten ben ik toch maar vertrokken, naar een strandje verderop bij Tekija waar ik door de daar kamperende mensen werd uitgenodigd om bij ze te eten. Zelf hadden ze al gegeten maar de Roemeense Nadia zou wel wat maken. Ze had in elk geval een hele lekkere vissoep. Daarna kwam er steeds meer op tafel, het kon niet op en de maaltijd werd afgesloten met een dikke plak watermeloen. Ian kwam uit Australië maar was oorspronkelijk van Servische afkomst. Sprak dus goed Engels waardoor met het gehele stel een onderhoudend gesprek werd gevoerd. Toen het helemaal donker was heb ik me verontschuldigd omdat ik mijn tent wilde gaan opzetten. Omdat op het strand een aantal leuke parasolhuisjes stonden heb ik alleen mijn bivakzak gebruikt, lekker makkelijk. De

Natuurkunst

onweersbui die inmiddels de kop had opgestoken en de hele middag al aan het rommelen was bleek gelukkig een andere richting te kiezen en het bleef droog. Opnieuw viel ik weer snel in slaap.

Zondag 23 juli. Lekker geslapen en met het licht weer wakker. Er was nog veel bewolking maar dat probleem zou de zon wel oplossen. Vandaag zou ik de gehele familie nog zien om afscheid te nemen maar dan moest het toch niet al te laat worden want de sluis Djerdap I zou om 11:00 uur schutten en ik moest daar op tijd aankomen. Ik was net te laat en aan de verkeerde, Servische zijde. De Servische zijde wordt gerepareerd en ik werd naar de Roemeense zijde gedirigeerd om te schutten. Daar was de sluis net dicht en begonnen aan z’n cyclus. Na een uur wachten besloot ik om, ondanks dat ik aan de Roemeense kan niet aan land mag, poolshoogte te gaan nemen. Ik loop dus het hele sluizencomplex af naar de verkeerstoren. Nergens een intercom. Toren afgesloten zonder bel. Omdat hier ook een grenspost is word ik natuurlijk door een douanier gespot. Veel vragen, hij snapt werkelijk niet hoe ik daar gekomen ben. Dit zou onmogelijk moeten zijn. Paspoort inleveren en hij gaat weg om het te controleren. De man komt terug en ik krijg mijn paspoort weer. Mijn uitleg was bevredigend. Er wordt wat gecommuniceerd en ik krijg een ander soort, sluisbewaker mee die me in eerste instantie hij had moeten opmerken. Waarschijnlijk was hij in de schaduw een beetje weggedoezeld. Ook hij controleert opnieuw mijn paspoort en ik moet laten zien waar mijn kano ligt. Ik krijg een plekje in de schaduw en hij informeert mij dat ik hier een uur moet wachten op het volgende schip. Daarmee mag ik de sluis in. Dat kan ik wel opbrengen. Wel mag ik mijn fles water pakken maar mag verder niet van mijn plaats. Beide kerels vinden mijn verhalen prachtig en de laatste geeft zelfs aan heel blij voor me te zijn met zo’n droom. Hij wenst me heel veel goeds. Dus wacht ik nu maar af en houd de sluis in de gaten Van mijn boot ligt bij de enige trap die ik gebruik een kom en dat is vlakbij de sluisdeuren. Gevaarlijk wanneer er een vrachtschip uit de sluis komt dus dan moet ik snel het water op. Op een bepaald moment komen er een drietal sluismedewerkers en die maken me duidelijk dat ik met mijn bootje achter een sluismuur moet gaan liggen want het schip komt eraan. Dat duurt nog best wel 20 minuten maar ik moet beslist alvast gaan.

Natuurkunst door de natuur zelf

Gelukkig lig ik in de schaduw want het is snikheet. En wanneer de duwbakcombinatie bijna binnen is krijg ik te horen dat ik nog eens een tijdje moet wachten op een passagiersschip. Ik gehoorzaam braaf, je weet het nooit in Roemenië. Wanneer het schip de “River Navigator” eenmaal binnen is en vastgemaakt mag ik in het steeds kolkend schroefwater gaan liggen. Het ziet ernaar uit dat het schip niet eens is vastgemaakt maar zich door middel van voortdurende stuwkracht tegen de sluismuur drukt. Dat maakt dat ik continu moet opletten, mezelf goed aan de drijvende bolder moet vasthouden en voortdurend moet opkanten. De Djerdap I heeft twee trappen. Eerst word je de halve hoogte geschut. Vervolgens vaar je de tweede sluiskamer in en begint het hele circus weer opnieuw, waarna je op het onderste rivierniveau kunt uitvaren. In totaal ga je 2 × 15 meter omlaag. Deze 30 meter waterhoogte mis ik onder de sluis doordat de stroming, bij elk hoogte verlies, ook kracht en snelheid inlevert. Hoe meer naar de Zwarte Zee, hoe meer ik dus voor mijn eigen voortstuwing zal moeten zorgen. Snelheden van 10 kilometer per uur komen nu niet meer voor en door de voortdurende harde tegenwind maak ik snelheden van tweeënhalve kilometer per uur vaker mee dan 7 kilometer per uur. Nadat ik de sluis ben uitgevaren merk ik dat ik met de gehele handeling vijf en half uur in de weer ben geweest. Daardoor ben ik mijn kniezit ook een beetje zat en ik kijk uit naar een punt waar ik de benen kan strekken. Op de eilandjes, die na de sluis in de brede rivier liggen, lopen enige verwilderde varkentjes. Echt wild zijn ze volgens mij niet want daarvoor zijn ze niet schuw genoeg. Weer aan de Servische kant, waar ik behoor, zie ik een groepje mensen in een hut zoals er zovele langs de Donau zijn gebouwd. Ik besluit daar maar eens te vragen of er een restaurant is in het naastgelegen dorp. Neen, daarvoor was het dorp te klein maar er was wel een kleine supermarkt. Een van de mannen woont in Oostenrijk en was in Servië bij zijn familie op vakantie. Hij sprak Engels met me zodat een aantal ons gesprek ook kon volgen. Binnen “No Time “kwamen alle verhalen en het bier op tafel. Ik kon blijven slapen en dan zouden we eten gaan kopen, het vuur opstoken en het eten gaan bereiden. Ik zei dat ik graag zou blijven maar het gemakkelijker vond om in een restaurant in Kladovo te gaan eten en kamperen. Er was een Etnofestival in Kladovo dus het kon er wel eens druk zijn, waarschuwen ze me nog en zetten nog maar eens een biertje voor m’n neus. Er kwam ook een zak pinda’s op tafel en ik zei dat, wanneer ik daar eenmaal aan begon, ik er niet meer vanaf komt blijven. Ze herkenden dat en vonden het geen probleem. Na wat foto’s, over en weer, was het afscheid daar. De wind was weer opgestoken en de schemering had al ingezet toen ik in de Marina van Kladovo aankwam. Bij een motorjacht haakte ik aan en stelde opnieuw de vraag of er een restaurant was, een beetje in de buurt. Ik moest aan boord komen want zij hadden voldoende eten en bier voor me. Het eerste biertje stond al voor me. Dus blijf ik daar eten. Eenvoudig maar in overvloed en heel lekker. De dochter, van een van de mannen, was denk ik, een jaar of tien maar sprak al behoorlijk goed Engels. Dit maakte het communiceren voor mij wel gemakkelijker. Er was feest aan boord vanwege het festival en een ​

​enorme geluidsinstallatie schalde de Servische muziek overal bovenuit. Het was gezellig, luidruchtig en vermakelijk. Toen ik er over begon dat ik weg zou varen om een plekje voor de nacht te vinden kreeg ik een slaapplaats aangeboden op een van de andere bootjes. Het was een bootje van een van de feestgasten op het motorjacht. Een oud en afgeleefd spul wat ongetwijfeld betere tijden had gekend maar, ik had een droge, iets te warme, slaapplaats. Om een uur of tien ging ik naar bed. De rest feestte nog even luidruchtig door.

Maandag 24 juli. Om vijf uur ontwaakte ik in een boot die bij daglicht nog incompleter was dan ik gisteren dacht. Er moest beslist nog heel wat aan worden gedaan om deze de naam plezierboot weer te laten dragen. Zo snel mogelijk pakte ik in, schreef een bedankbriefje en verdween weer in de toekomst, in alle vroegte. Er stond al veel wind en er waren hoge golven vanuit een lastige richting waardoor mijn bootje telkens dwars op de rivierrichting wilde gaan liggen. Gelukkig werd dit na een bocht in de rivier minder want het is dodelijk vermoeiend. De brugpijler bekeken die Trajanus bouwde en Hadrianus weer niet afbreken vanwege zijn angst voor de barbaren die de brug wellicht zouden kunnen gebruiken. De stad in Roemenië tegenover de brugpijler, Turnu Severin, is een foeilelijke industriestad die er nog het best uitziet vanaf grote afstand. Snel vaar ik maar weer verder. Naar Kobrovo waar ik naar mijn ontbijt gaan zoeken. Er zit een jongedame op een bankje langs de Donau. Aan haar vraag ik of er misschien een restaurant is. Geen restaurant maar wel een kleine supermarkt. Ze stelt voor dat we er samen heen gaan en dat vind ik natuurlijk heel gezellig en lief aangeboden ook. We lopen al pratend het dorp in en ze vertelt dat ze hier op vakantie is omdat ze in Zwitserland, Rapperswil, is gaan wonen en bij een bank in Zürich werkt. Haar familie woont nog steeds in Kobrovo, waar ze nu haar vakantie geniet. Ze houd erg van deze stressloze omgeving en ze realiseert zich dagelijks dat Zürich toch wel een heel zware druk op haar uitoefent. We babbelen gezellig over van alles en ze blijkt Jelena te heten en net zo oud/jong te zijn als mijn dochter (27 jaar). Daardoor komen we op familiegesprekken en vervolgens gaat het over de bedrijven waar we werken of gewerkt hebben. Ze helpt me met inkopen bij de supermarkt, waar haar tante werkt. We drinken daarna buiten een biertje en babbelen tot de zon ons daar weg jacht. We lopen samen weer naar mijn kano die trouw op me ligt te wachten. We wisselen gegevens uit voor Facebook en maken foto’s. Die sturen we elkaar toe waarna alweer een afscheid volgt. Ze zegt me dat, wanneer ik in de buurt van Zurich ben, beslist contact met haar moet opnemen. Dat zou zeer op prijs stellen.

Ik geniet van mijn late ontbijt, op een grote steen in de schaduw, naast mijn boot. Na het eten wil ik graag doorvaren naar het dorp Strazevica bij kilometerpaal 900. Het lijkt mij geschikt voor een overnachting. Aan de Roemeense kant kun je zien dat er ook in Roemenië mensen zijn die heel veel geld en heel veel fantasie hebben. Smaken verschillen. Door een kleine, onbeduidende, vergissing beland ik, een kilometer verderop, in Milutinovac. Dit blijkt een gelukkige vergissing. Het dorp heeft geen restaurant. De kleine en enige winkel die er is blijkt nog gesloten. Ik loop over de met grind geplaveide straten van het gehucht, op zoek naar een andere mogelijkheid om een biertje te kopen. Inmiddels zitten er al krimpscheuren in mijn huig, die hangt te kraken achter mijn uitgedroogde verhemelte. Ik zie een stel gegoedde Serviërs die hun Intex zwembad aan het reinigen zijn op hun binnenplaats die hier allemaal afgezet zijn met grote en potsierlijke, smeedijzeren hekwerken en poorten. Ik vraag of ze een adresje weten waar ik bier kan kopen en ze zeggen dat het winkeltje de enige locatie is in het dorp. Die gaat later wel open en blijft tot heel laat ook open, is het duidelijke antwoord. Maar, wil je alvast een biertje? Hij stuurt zijn vrouw, zonder op mijn antwoord te wachten, om een flesje bier. Het ijskoude pilsje (Romano bier) omhuld mijn huig en bevochtigd mijn uitgedroogde verhemelte. Direct voel ik dat ik meer van dit vocht zal moeten drinken om mijn speekselklieren tegen uitdroging te beschermen. Ik bedank het stel vriendelijk en stap weer verder over de keien. Na enige tijd kom ik weer bij het winkeltje en voel me als een verslaafde die op zijn dealer wacht want het is nog steeds gesloten. Ik ga languit en vermoeid op een bankje in de schaduw liggen en wanneer ik bijna in slaap val komt er een man met een rammelende bos sleutels en het winkeltje gaat open. Ik koop snel een biertje en vraag tot hoe laat hij open blijft want ik zeg dat ik nog wel een paar keer terug zal komen. Hij blijft lang lopen, zegt hij en wijst me op een nog comfortabeler plaats in de schaduw van een aantal bomen. Blijkt dat deze plaats is aangelegd als ontmoetingsplaats (hangplek) in het dorp (circa 250 inwoners). Er komen steeds meer mensen (mannen) naar deze plek en ik sta weer, als bezienswaardigheid, in het middelpunt van de belangstelling. Dan komen, als vanzelf, ook de rondjes bier op gang en binnen korte tijd merk ik dat ik aan mijn grens ben beland. De man tegenover me is er kennelijk al overheen want wanneer hij naar het toilet loopt gaat hij onderuit. Snel staat hij op en kijkt rond zich heen of niemand zijn teraardestorting heeft gezien. Helaas voor hem is er bijna niemand die het niet heeft gezien. Zijn weg terug gaat zonder problemen maar hij behoeft geen bier meer. Kort daarna verdwijnt iedereen naar huis en ik naar mijn kano. Het is er aardedonker en er zit onweer in de lucht. Toch gok ik dat het droog zal blijven en ik leg mijn tentluier op de grond met daarop mijn matrasje en slaapzak, kruip erin en van de slaap.

Dinsdag 25 juli. Ik word wakker van de eerste druppels. Als een speer ben ik er uit, pak mijn paraplu en tarp uit de kano. Gelukkig ligt mijn technische apparatuur droog onder lading in de kano. Ook pak ik nog een fles water want ik bespeur de behoefte aan vocht nadat je teveel aan Bacchus hebt geofferd. Snel bedek ik mijn slaapplaats, kruip erin en val weer in slaap. Alles blijft nu wel droog want het zal geen hoosbui worden en zich beperken tot enige druppels. Toen ik vanmorgen met het eerste licht wakker werd had ik gelukkig goed gegokt en alles was droog. Snel opgeruimd en een paar handjes noten genomen waarna ik direct ben vertrokken. Het weer was goed, warm, windstil en een klein beetje bewolkt. Nu ga ik eerst naar Brza Palanka om te ontbijten en daar zal ik wel verder zien. Eer ik daar was stak er opnieuw een tumultueuze wind op. Echt heel erg heftig uit een, voor mij, vervelende richting. Ternauwernood heb ik op Brza Palanka kunnen aanvaren. Het heeft me echt heel veel moeite gekost om boven één kilometer per uur te blijven. Soms lukte me dat niet eens. Toen ik net mijn kano op het strand trok begon het ook nog wat te regenen. Gelukkig kon ik mijn spullen met mijn paraplu beschermen en bleef ikzelf ook droog. De kano heb ik afgesloten op het strand achtergelaten en ben naar het restaurant “Maxe” gegaan voor een ontbijt en omdat het weer niet goed was zou ik de tijd vullen met het bijschrijven van mijn dagboek. Voor het bijwerken van mijn blog heb ik aansluiting nodig bij in de Roemeense provider of via een bewaakte WiFi.

Het weer is inmiddels weer onverminderd heet alleen de wind blijft nog hinderlijk aanwezig. Voor mijn gevoel moet ik vandaag maar lekker hier blijven en uitrusten zodat ik fris aan mijn volgende etappe (van 20,3 km) naar de sluis Djerdap II kan beginnen. Daar kan ik dan ook weer overnachten zodat ik op tijd kan sluizen. Hopelijk heb ik dan wel een schip waarmee ik in de sluis mag anders ben ik een dag aan het omdragen. We gaan het wel zien en nemen het maar zoals het komt. Op aanraden van de man aan tafel naast me in het restaurant vaar ik door naar restaurant Afrodita, zo’n twee à drie kilometer verderop, wat later blijkt vijf á zes kilometer te zijn. Een aardige locatie voor mijn boot en tent. Daarbij een plezierig restaurant en ik geloof ook nog hotelkamers. Ik slaap echter liever in mijn tentje, lekker in de openlucht. Om 17:30 uur ben ik al helemaal gereed en ingericht. Ik eet tevoren nog even een broodje kaas wat ik nog bij me heb tegen de eerste trek. Om zeven uur ongeveer ga ik eten, zo heb ik afgesproken. Ik word er weer verwend. Er wordt een speciale maaltijd voor mij samengesteld die bestaat uit een vissoep met, zo’n beetje van alle vissen uit de streek, een stukje erin. Overheerlijk, geserveerd in een traditioneel potje met een vlam eronder, die je eerst laten uitbranden, waarna de soep gegeten kan worden. Vervolgens een heerlijke vleesmix van der de grill. Ook al superlekker met een tomatensalade en komkommer. Geweldig smaakvol. En dan probeer je alles op te eten maar dat lukt natuurlijk niet. Ik moet helaas bekennen dat ook ik niet alles op kon. Een lekkere espresso daarna en nog een biertje en toen kon ik wel naar bed. Bij mijn tent aangekomen ligt mijn kano tussen de waterplanten drijven. Het waterpeil is gestegen dus ik leg hem vast op een hogere traptrede dan eerst en ga slapen.

Woensdag 26 juli. Toen ik vanmorgen opstond lag er nog maar één van mijn Crocs buiten. De andere was waarschijnlijk door een straathond toegeëigend en mogelijk wel opgevreten. Het had geen zin om die te gaan zoeken en ik heb het overgebleven exemplaar ook maar weggegooid. Toen ik mijn reserve paar Crocs ging pakken ontdekte ik dat m’n Sebago bootschoenen aan het schimmelen waren. Ze lagen direct onder de canvas persenning die door mijn daarboven op liggende pocket shower continu nat blijft door condens. Eigenlijk maar goed dat mijn ene Croc gestolen is anders had ik dit waarschijnlijk veel te laat ontdekt en waren de Sebago’s onherstelbaar vernield. Nu is de schade nihil. Wat je noemt, een geluk bij een ongeluk. Daarna snel ingepakt en weer weggevaren. Lekker weer het water op. Het water is aan de oevers al enige dagen vergeven van de waterplanten. Wanneer ik daar in terecht kom kan ik er bijna niet meer uit peddelen. Ook de vissers klagen steen en been en haten de planten die hun het vissen bijna onmogelijk maken. Vroeger toen het water nog stroomde was het allemaal veel beter. Toch is het ook een teken dat het water schoon genoeg is voor de planten die ook weer zuurstof aan het water toevoegen. Ik kan er niets aan doen en maak me er dus ook maar geen zorgen om, als zorg ik wel dat ik me er niet in vastvaar. In Mihajlovac had ik nog even willen stoppen maar de waterplanten verhinderen me dat. Verder dan maar wat betekent dat ik het Djerdap II sluizen complex zal moeten passeren. Ik calculeer de afstand, snelheid en spierkracht en concludeer dat ik het wel zal moeten kunnen halen al ben ik wel afhankelijk van een schip waarmee ik kan sluizen. Dan bekruipt me nog een beangstigende vraag. Welke sluis moet ik nemen, rechts de Servische of links de Roemeense. Ik gok erop dat de Servische zijde niet in revisie is en wanneer ik daar aankom zie ik tot mijn geruststelling dat er een schip uitkomt, de sluis functioneert in ieder geval. Vervolgens ga ik bij het gebouwtje ter plaatse vragen wanneer ik mee kan schutten naar beneden. Blijkt dat de Servische kant alleen schepen naar boven haalt en de Roemeense kant brengt ze naar beneden. Ik kan twee dingen doen verteld met me of ik kan naar de Roemeense kant varen of ik zal hier minstens twee uren moeten wachten op het volgende schip omhoog en dan kan ik vervolgens naar beneden. Ik heb weinig trek om het hele stuk naar de Roemeense zijde, tegenwind, die nog steeds behoorlijk blaast, te zwoegen. Dat kost me zeker tweeënhalf á drie uur. Dan maar hier twee uren wachten, kies ik. De man biedt me eten aan wat ik niet kan afslaan want ik heb nog geen echt ontbijt gehad. Het is een heerlijk gerecht met een paar stukken brood. Daarbij een paar bekers mineraalwater en ik ben weer helemaal het ventje. Doordat ze nu ook met de kapitanija hebben gesproken zijn ze weer strak aan de procedure herinnert. Ik moet in mijn boot op het water wachten en mag niet aan land blijven in een grensgebied. Voor mij betekent dit dat ik, in de harde wind, minimaal twee uren, op mijn knieën, in m’n bootje aan een meter dikke paal moet vastmaken, mezelf continu in balans moet houden en zeker niet in slaap mag vallen. De opgegeven twee uren worden er twee en een half. Totaal heb ik vanaf tien uur tot 14:38 uur (ruim drie en een half uur) in mijn bootje gezeten tot ik aan de onderzijde van de sluis werd uitgespuugd. Omdat ze het kennelijk zonde vonden om alleen voor mijn kano te schutten (normaal schutten zijn geheel leeg) hebben ze nog snel een schip geregeld wat met me mee kon schutten. Daardoor duurde het geheel nog zeker drie kwartier langer, en ik maar wachten. De man die me het ontbijt gaf gooit, terwijl ik de sluis binnenvaar, nog I twee Palatschinken in mijn boot. Dessert, roept hij. Ze waren welkom en overheerlijk. Gelukkig ben ik nu ook tevens de laatste sluis in de Donau gepasseerd. Er komen geen sluizen meer de laatste 860 kilometer. Daar zullen mogelijk nog wel andere verrassingen voor in de plaats komen, verwacht ik maar.

Omdat ik, volgens m’n DKV Donauführer, nadat ik me bij de douane heb afgemeld in Servië, direct moet doorvaren naar Timok (845) en vervolgens naar Vidin (795) om mijn paspoort in Bulgarije te laten afstempelen, besluit ik dat het handig is om deze nacht nog in Servië (Prahovo) door te brengen en morgen fris van start te gaan voor een traject van zo’n 27 kilometer naar Novo Selo (BG) waar het nog maar de vraag is of ik niet nog verder zal moeten varen naar Vidin. Hoe dit gaat lopen weet ik niet. Wat ik wel al weet is dat ik supermaximaal veertig kilometer per dag kan peddelen (ik heb dit de gehele reis nog niet gehaald). Ik ga het wel navragen bij de douane. Die zullen vast wel een oplossing voor me bedenken. Hier in Prahovo ben ik uitgestapt bij een man die hier zijn caravan aan het strand heeft staan en hobby visser is. Hij biedt mij direct een kop koffie en er ontwikkelde zich een fel gesprek waarin we het niet over alles eens zijn. Het blijft echter mild en vriendelijk naar elkaar al lijkt het af en toe behoorlijk emotioneel. Slaviša heet mijn nieuwe vriend, die er na enige tijd op uitgaat om bier te kopen in het dorp. Daarna drinken we een biertje samen met nog een vriend van Slaviša. Op eens word ons rustig samen zijn verstoord door een man met een hond. Het licht moet uit en we moeten stil zijn. Ineens is het spannend. Fluisteren in het donker en ik krijg geen uitleg. Dit soort rare taferelen heb ik tijdens heel mijn reis nog niet meegemaakt. Slaviša loopt af en toe weg en komt weer terug. Hij maakte bij een gebaar dat we stil moeten zijn en fluistert “später sprechen”. Ik vind het een vreemde situatie dat een man hier kennelijk in staat is om dit teweeg te brengen. Later, wanneer Slaviša weer op stap is, zie ik iemand bij mijn kano en ervaart een vissersbootje naartoe. Ik vermoed dat Slaviša erbij is maar neem het zekere voor het onzekere en zet er de schijnwerper van mijn hoofdlampje op. Slaviša roept dat het licht uit moet en dat doe ik maar ga wel ter plekken op onderzoek. Daar aangekomen blijken ze een stuk of 12 vaten van 25 l benzine of diesel uit de vissersboot aan land te brengen. Nou ja, wanneer hij mij dat direct had verteld had ik geen enkel probleem gemaakt. Nu ben ik een beetje “pissed” omdat ik me niet zo laat commanderen. Later gaat het circus door en komt een zogenaamde politieagent c.q. vriend op bezoek. Ik herkende hem, maar liet niets merken, het was de man uit de boot met de vaten. Jammer hoor, het had veel leuker geweest wanneer ze open kaart hadden gespeeld. Het is laat, ik ga slapen in het schuurtje en ga lekker vroeg weg. Taptserap is het, allemaal Taptserap, volgens Slaviša. Zij gaan nog langer door maar ik val lekker in slaap. Stelletje smokkelaars.

Donderdag 27 juli. Niet helemaal gerust in dus extra vroeg op. Ik besluit op te schieten en snel te vertrekken. Net wanneer ik wegvaar komt Slaviša alweer aangelopen en roep me toe. Ik wacht nog even instappen uit om afscheid en een foto te nemen. Dan vaar ik echt weg. Het was me wel goed zo. Eerst moet ik me in Prahovo bij de Tsarina (Douane) afmelden. Die ligt kennelijk te slapen en na een roffel op het raam gaat de deur open en komt er een slaperig hoofd naar buiten. Ik verontschuldig me en leg uit waarvoor ik kom. Hij doet zijn werk en ik krijg mijn documenten weer mee. Ik heb m’n uitreisbewijs. We schudden handen en ik ga weer door. Hij gaat waarschijnlijk wel weer even liggen. Wat is dat schrikken. Nu vaar ik dus landloos weg en zal naar Vidin moeten varen om daar weer bij de douane aan te kloppen. Dat ga ik nooit halen want dan zou ik vandaag 77 kilometer moeten varen. Ik ga wel zien wat er gaat gebeuren. 

6 comments

    • Valt mee hoor Gerrie. Meestal valt het mij tegen. Weinig kracht in de Donau kennelijk dit jaar. Hoewel ik gisteren ook nog snelheden van 11 km/uur en meer heb gehaald met alleen rugwind (storm). 😎🛶. Het is één grote geweldige belevenis. Zoiets zou iedereen een keer moeten beleven. Het geeft iets boven natuurlijks. Een vierde dimensie. 😎🛶 in je bestaan.

      Like

  1. Hallo Willen,

    Ich bins mal wider, der Uwe. Ich hatte mir schon etwas Sorgen gemacht, weil Du schon seit einer Woche nichts mehr geschrieben hast. Ich habe einfach nur mal wieder Deine wunderschönen Bilder genossen. Mit der niederländischen Sprache habe ich es als Süddeutscher ja nicht so. Ich bin immer wieder begeistert, wie “mein” Fluss gut 1000km weiter unten aussieht. Ich wünsche Dir wie immer viel Glück und Freude bei Deiner Reise.

    Uwe

    Liked by 1 persoon

    • Kleine sorgen Uwe. Meine databundel in Serbien (aussen EU) war nur 30mB pro Tag. Jetzt, am km 816, kein Problem mehr (EU). Versuche Google Übersets zu benützen für lesen auf deutsch. Viel Vergnügen. Grtz, Willem.

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s