Bulgaria

Op een grindbank, veroorzaakt door de grensrivier Timok, verwijder ik de Servische vlag en plaats de Bulgaarse gastlandvlag. Dit ervaar ik altijd een speciale handeling, een prettig moment. Met een stevige wind in de rug kan ik tot Novo Selo (BG) komen waar ik een aanlegsteiger voor een douaneboot zie. Toen ik daar aan land ging bleek dat de boot, die ik zojuist was tegengekomen en waarnaar ik had gezwaaid, de douaneboot te zijn. Die kwam nu met spoed terug want ze hadden mij aan land zien gaan en dat is voor een landloze reiziger niet toegestaan. Ik moest op appél komen in mijn paspoort laten zien. Toen ik had uitgelegd hoe ik gedacht had te handelen zeiden ze eerst nog dat ik toch beslist naar Vidin moest varen voor ik ergens een land kon gaan. Ik zei dat dat beslist onmogelijk was en heb daarbij zo afwachtend mogelijk gekeken kwamen ze met het voorstel dat ik dan het dorp moest opgeven waar ik wilde overnachten. Om uitrekenen waar ik dan zo kunnen overnachten ging ik mijn Donauführer uit de kano pakken. De plaats Gomotarci aangegeven en dat was dan akkoord. Daarna mocht ik nog even het dorp in om geld uit de bankomat te halen. Toen ik dat gedaan had stonden twee van de drie douaniers met een auto in het dorp op me te wachten. Ik mocht ook nog even naar de supermarkt en kom daarna meerijden naar de kade. Er was een nieuw plan ontstaan. Ik moest dan wel minstens anderhalf uur wachten en zij zouden bij me blijven met z’n drieën. Dat noem ik nog eens verzekerde bewaring. Om twaalf uur, zo legden ze me uit, zou een Vidin een douanier in de auto stappen en met formulieren en stempels naar ons toekomen. De nodige handelingen konden dan hier ter plaatse worden uitgevoerd waarna ik kon gaan en staan waar ik wilde. Dat is toch wel een super klantvriendelijke instelling van de Bulgaarse douane waar ik mijn petje voor af neem. Chappeau! We hebben de wachttijd met z’n vieren met gezellige gesprekken gevuld. Dat we meer dan twee uren hebben moeten wachten viel door de gezelligheid niet eens op. Er kwam een auto aanrijden met drie beambten waaronder ook de chef van het hele stel. Één bestuurde de auto en de ander legde mij uit hoe ik het formulier moest invullen. Het andere formulier, wat een duplo moest zijn, vult hij zelf heel slordig in. Door deze manier van handelen verhoog je de gezelligheid en bevorder je tevens de werkgelegenheid. Na dit voorval ben ik benieuwd of er wel werkelozen zijn in Bulgarije, haha! Na het verrichten van al het papierwerk rijdt de ene helft naar Vidin terug en de andere helft gaat naar de motorboot en varen richting Servië voor de rest van hun werkdag. Ik vaar lekker en met een goed gevoel verder Bulgarije in, Stroom afwaarts over de Donau. De rugwind is lastig want mijn kano wil graag met de kop in de wind en draait dus telkens naar de wind waardoor je stevig moet corrigeren. Dat kost veel energie en daarom stop ik om uit te rusten met een biertje in Jasen, bij een strandtent. Daarna opnieuw de wind in. Met een snelheid die vaak oploopt tot over de 11 km/h vlieg ik, al balancerend, over de ruige rivier. Ik besluit voor de nacht te blijven in Gomotarci omdat daar, volgens de douaniers, een aardig restaurant is. Het eten want ik heb gehad was zeker goed, het

Pirinsko Pivo

bier lekker, de šopska prima en de prijs belachelijk laag. Wat wil je nog meer. Of dit strand voor mij geschikt is om er de nacht door te brengen kan ik nog niet inschatten. Het lijkt me niet zo geschikt maar door de enorme wind wordt alles een beetje vertekend. Hopelijk valt de wind spoedig weg. Uiteindelijk vaar ik verder en een paar kilometer verderop ga ik maar een kampje inrichten. Ook niet ideaal maar goed genoeg. Goed verankerd met haringen en stenen, mijn boot aan het anker, ga ik snel mijn tentje in, eindelijk lekker uit de wind. Ik hoop wel dat mijn tent het houdt vannacht want het stormt behoorlijk.

Vrijdag 28 juli. Het was een tumultueuze nacht, al heb ik daar alleen wat van gemerkt toen ik er uit moest voor een verplichting. De wind blijft hard tot stormachtig en ik besluit, het er vandaag maar eens van te nemen. Ik blijf vandaag aan land, schrijf mijn achterstand weg en publiceer zoveel ik kan. Het wordt dus een gewone werkdag. M’n tentje houdt zich prima staande al heb ik vanmorgen wel, voor de zekerheid, twee extra stormlijntjes geplaatst. De structuur van de grond waarin de haringen zich vast moeten houden lijkt meer op los grind dan op een stevige massa. Tot nu toe gaat alles probleemloos. Voor het eerst sinds lange tijd heb ik ook weer eens zelf gekookt en daarom mijn aluminium koffer maar weer eens tevoorschijn getoverd. Is toch wel leuk zo helemaal op jezelf op een schijnbaar oneindige lang en leeg strand. Zo keutel ik de dag maar een beetje door en publiceer twee verhalen. Ik maak een begin aan de derde en dan loopt het al weer tegen de avond. “Time flies, when you’re having fun.”

De weersverwachting is dat het morgen opnieuw zal stormen. Het gaat maar door. Gelukkig is de hoge temperatuur daardoor wel te vertragen, zijn er geen muggen maar komen vliegen bij mij een schuilplaats zoeken. Gezellig!

Ik ben zuinig en snoep nog steeds van het blik snoep wat ik tijdens mijn afscheidsfeestje van mijn zwager Evert heb gekregen. Telkens wanneer het zakje open is moet ik me wel inhouden om het niet helemaal leeg te eten. Het is nog maar een klein beetje. Vanavond kook ik ook weer, rijst met kipstukjes en uien. Een beetje versgemalen peper erbij, lekker hoor. Vanmiddag heb ik voor de lunch is Svinjski Paprikaš gemaakt en dat was ook heel lekker. Aan goed eten ontbreekt het me hier (nog) niet. Een lekker wijntje bij het eten is de kroon op het werk. Daarna een lekkere, 350 cc grote, kop lekkere, versgemalen, bak koffie. Black Wine! De kroon op de kroon, zal ik maar zeggen. Na het eten is het, om 20:30 uur nog steeds heel erg warm, 26 °C bij een windkracht van 18-20 km/h. Wanneer de zon ondergaat lijkt de wind een beetje in kracht af te nemen, je zou bijna ’s nachts gaan varen. Weinig wind en lekker koel. Wellicht vannacht een rustige nacht dan zie ik morgen wel wat ik dan ga doen. The clash, “Should I stay or should I go!” Ik ga een ieder geval niet te laat slapen zodat ik morgen, wanneer mogelijk, weer vroeg het water op kan. 

Zaterdag 29 juli. Omdat ik met het eerste licht wakker word moet ik nog even wennen aan het uur tijdverschil waarmee ik in Bulgarije weer word geconfronteert. Ik was net gewend aan kwart voor vijf en nu is het dus kwart voor zes. Gelukkig is het kwart voor, HaHa. De wind is gaan liggen, nu de golven nog. Het weer is werkelijk stralend al kan ik niet neerschrijven dat er geen wolkje aan de lucht is. Wanneer ik een tijdje aan het peddelen ben neemt de wind alweer toe. Ik passeer ongemerkt de 800 kilometerraaipaal omdat ik gedwongen door de wind de luwe kant van het eiland kies. Vlak voor

Baba Vidi

Vidin ben ik echt op en moet ik even uitrusten op het strand.
Baba Vidi

Pijn in m’n rug van de voortdurende correctieslagen. Dan ga ik naar Vidin en ga lekker eten aan boord van de restaurantboot daar. Heerlijke zeebaars en een Bulgaarse salade gegeten. Super! Mijn dochter vraagt om een selfie zodat ze me kan herkennen wanneer ik terug kom. Ik stuur haar ook een paar handies. Daarna ben ik weer weggevaren maar bedacht dat ik mijn overtollige Servische Dinars niet continu wilde meeslepen. Daarom bij de haven weer uitgestapt en gevraagd bij een man op straat naar een wisselkantoor. Hij nodigt me uit in zijn auto plaats te nemen en brengt me een kilometer of vier naar het wisselkantoortje van zijn vriend. De vriend vraagt hoeveel Dinar ik wil omwisselen. Ik zeg 6000 en tel hem voor. Hij wil het geld hebben en zegt dat het maar 5000 dus ik zeg dat ik het dan nog wel een keer zal tellen en dat hij mag meetellen. Weer tel ik tot 6000 en hij ook dus het kan niet meer anders zijn dan 6000. Hij wil weer het geld hebben maar ik zeg dat hij pas geld krijgt wanneer ik weet wat ik ervoor terugkrijg. Hij kijkt moeilijk zegt 100 leva en gaat in zijn computer kijken. Dan komt hij met een 96 leva (koers internet 97,56) en ik ga akkoord, hij krijgt zijn geld en ik heb mijne. Je kunt nooit voorzichtig genoeg zijn in zulke kantoortjes. De vriendelijke man die me hier heeft gebracht brengt me ook weer heel netjes terug. Ik bedank hem hartelijk met een ferme handdruk, ga weer naar mijn kano en vaar weg.

Wanneer ik naar een tijdje moeizaam peddelen bij een eiland kom ontwaar ik een  blauwe boot die met zijn boeg tegen de kant ligt, lekker in de schaduw van de bomen. Het blijkt de boot te zijn van de douaniers die me eergisteren zo’n superservice hebben gegeven. Ik leg bij ze aan en we maken een praatje. Ze geven me veel advies over de do’s en don’t’s en waar ik echt een mooie slaapplaats vind en waar ik voorbij moet varen omdat daar zigeuners zijn neergestreken, et cetera. Allemaal heel nuttige wetenswaardigheden. Na een tijdje vaar ik weg, volg hun advies en ga naar het eiland.

Ik zou er niet alleen zijn dat wist ik, dus wanneer ik daar aankom stel ik me eerst even voor en vraag of ze het goed vinden dat ik daar ook een nachtje doorbreng. Ja natuurlijk, geen probleem, Wil je een biertje? En dat wordt er nog een, ze vragen of ik wat wil eten en ik krijg een stukje sparerib. Lust ik ook Rakija of liever wat anders, en zo gaat het maar door. Ik zeg dat ik eerst een plekje ga zoeken voor mijn tent. Oh, maar je mag ook hier staan hoor, maar, we hebben vanavond wel een groot feest en dat kan nog wel eens luidruchtig zijn. Omdat ik zo gastvrij ontvangen ben zeg ik dat het geen probleem voor mij is. Ik vind een mooi plekje, vlakbij mijn kano en ik ben er tevreden mee. Hopelijk ben ik dat nog tijdens het feest en kan ik ook nog een beetje slapen. We gaan het wel zien. En lekker zandstrand om te zwemmen voor de deur, Prettig!.

Ook ik heb wat te vieren vanavond. Het eiland “Malik Bliznak”, wat de tweelingen betekent, ligt bij 778 km. Dat betekent dat ik (rekenkundig) 2001 km gevaren heb vanaf de start in Donaueschingen, waar kilometerpaal 2779 is geplaatst.  Voorwaar niet slecht, 2001 km binnen vier maanden. En nu nog maar 778 km te gaan. Als zijn dit wel kilometers waarvoor gepeddeld zal moeten worden. Het hoogte verschil met de Zwarte Zee is nu nog maar 32-36 meter en dat is maar een klein beetje over zo’n grote afstand. Daarbij wordt de rivier steeds breder wat ook geen voordeel is voor de stroomsnelheid. Uiteindelijk is dit allemaal nog maar prognose en zal ik de werkelijkheid moeten nemen zoals die zich aandient. “what could go wrong?”

Een origineel Bulgaars feest is toch wat uitbundiger dan in West-Europa. Een groot kampvuur met tafels erbij waarop voor iedereen genoeg eten en vooral drinken staat. Allerlei verschillend soorten sterke drank waaronder zelfs ook whisky. Mede daardoor haakten ook spontaan mensen af die dan later op de avond toch weer ten tonele hele verschenen, of niet. Er werd traditioneel gedanst waaronder de ​

​cirkeldans of rondedans (Horo). Het was vooral leuk en luidruchtig. 

Ook de karaoke werd volop gebruikt en ik moet zeggen, vaak knapte het origineel daar enorm van op, wat een zangtalent. Plezier en muziek maken doen ze hier vanuit hun hart.  Om 01:00 uur ben ik toch maar gaan slapen.

Zondag 30 juli. Vroeg opgeruimd en weggevaren zonder de feestgangers wakker te maken maar, er zat toch ook al leven in hun kamp. Er was er zelfs al weer een aan het zwemmen. Op een eiland verderop heb ik een rustperiode ingelast, na 27 km. Daarna verder naar Lom (745) waar ik heb gegeten. Voor het bestellen moest ik weer hulp inroepen van een van de gasten want Engels spreken kunnen ze hier niet. Na het eten vaar ik weer opgefrist en voldaan verder, de stad Lom voorbij en de  rivier Lom voorbij.

Wanneer ik vanaf de kant wordt aangeroepen en er dringend op een fluitje wordt geblazen reageer ik natuurlijk. Ik vaar naar de oever waar de man die mijn aandacht trok ook naartoe komt gelopen. We schudden handen, hij heet Svetlin en ik trek mijn kano op de kant. Svetlin vaart op een schip en heeft ooit in Zwijndrecht een aantal weken doorgebracht. Het wordt weer een avond zoals bijna gewoon voor me wordt. Veel eten en drinken en heel veel hartelijke gezelligheid. Ik mag blijven slapen ook en omdat dat buiten op een grote sofa is behoef ik alleen mijn slaapzak maar uit te pakken. Lekker makkelijk. De hele avond door wordt er gegeten en gedronken, in alle eenvoud. Lachezar, de zoon, vangt visjes in een net, maakt ze schoon, ze worden gefrituurd en dan zo, in zijn geheel, gegeten, superlekker, net chips en perfect voor bij een borrel of een biertje. Ook aardappeltjes worden, zonder voorbakken, gefrituurd. Vet, maar ook vet lekker. Simpele dingen die het leven veraangenamen. Bovenal de gezelligheid van het samen zijn en samen beleven. Heel veel warmte.

Maandag 31 juli. Heel lekker geslapen, alleen elke keer wanneer ik me bewoog sprak de binnenvering van de sofa me vermanend toe met een piep en een kraak. Toch heb ik lekker geslapen al was het ook erg warm vannacht. Toen de moeder, Valeria, als eerste wakker was ontwaakte ik ook. Daarna komt de Svetlin die wel een beetje teveel aan Bachus heeft geoffert de avond ervoor en Lachezar, de zoon, moest wakker worden gemaakt omdat hij weer op tijd naar zijn werk moet. We hebben nog wat foto’s gemaakt die heb ik ze toegestuurd. Svetlin had nog gepland om mij de stad Lom te laten zien maar omdat ’s morgens de wind nog niet zo heftig is wil ik graag zo vroeg mogelijk weg en dat doe ik dan ook. We nemen nog wat laatste foto’s en nemen met een warme omhelzing afscheid. Geweldige mensen!

Wanneer ik aankom bij Dolni Cibar verwacht ik daar een dorp met supermarkt. Ik wil wat inkopen doen dus stop ik. Op de kant is veel bedrijvigheid en iedereen is met grote boomstammen in de weer die van het eiland aan de overzijde van de rivier komen. Er staat ook een paard en wagen met een redelijk donker gekleurde mevrouw erbij. Ze spreekt Engels nog Duits maar ze wijst een man aan die het wel kan, haar man Jordan. Zij heet Paulana. Er is inderdaad een supermarkt maar dat is te ver om te lopen. Hij biedt aan dat we met ​​

​​paard en wagen er naartoe rijden. Hij brengt me ook weer terug. Het bleek een supermarktje te zijn waar ook zijn zuster werkt. Onderweg legt hij me uit dat niet alleen zij, maar dat alle mensen in het hele dorp gipsy’s (zigeuners) zijn. Ik zeg dat gipsy’s toch meestal niet op een plek wonen maar rondreizen, net zoals ik.

Oude Turkse minaret, nu Ooievaarsnest

Hij legt uit dat deze groep Bulgaarse Gypsy’s heeft besloten om in dit dorp te gaan wonen toen bijna iedereen het dorp had verlaten. Ze werken nu bijna allemaal voor de gehele gemeenschap en het gaat ze goed. Ik vind het leuk dat het vooroordeel wat ik altijd hoor, dat alle gipsy’s (zigeuners) slecht zijn, nu eindelijk eens wordt ontkracht. Ik weet nu dat er minimaal twee goede mensen in hun midden zijn en zoals ik heb kunnen vaststellen zijn er waarschijnlijk veel meer die goed zijn. We praten eigenlijk alleen maar over de slechte ervaringen zodat het lijkt of dat de norm is. Toen ik weer terug was bij de kano hebben we hartelijk afscheid genomen en ben ik weggevaren met een ervaring verrijkt.

Vervolgens ga ik de boodschappen die ik heb gehaald voor een deel opeten op een heerlijk zandstrand, met veel pelikanen en weinig schaduw maar ook veel wind. Ik eet brood met kaas en een soort vleespastei wat ik wegspoel met een biertje. Daarna doe ik een middagdutje en via WhatsApp vertel ik mijn vrouw van mijn gypsy ervaringen. Zo houd ik haar met regelmaat op de hoogte van mijn belevenissen. Wanneer ik het op het strand niet meer uithoudt pak ik mijn spullen weer in. Ik kan nog met moeite over het groeiend hete zand lopen. Voor ik in mijn boot stap zwem ik eerst nog een stukje. Daar knap je van op en spoel je alle zand en vuil van je af. Opgefrist stap ik in en vaar, tegenwind, in de richting van, Kozloduy, waar de kerncentrale is die ik ook bij mijn, eerst virtuele, bezoek al verfoeide.

Zie hiervoor mijn blog “Hier wil ik eigenlijk niet zijn “.

En nu ben ik hier “live “en niet meer virtueel. Noodgedwongen dat wel. Ik heb vandaag 33 km gevaren en mag de volgende 20 km nergens aanleggen. Dan moet ik dus wel hier overnachten. Morgen kan ik dan die resterende 20 km wel klaren en verder. Ik blijf hier niet te lang maar heb voortreffelijk gegeten in restaurant Radetzky.  Ook daar tref ik, net sls in Donaueschingen, een afbeelding van de gehele Donau aan. Nu ga ik een plekje zoeken voor de nacht en heb dan alleen nog maar rust vanavond.

Dinsdag 1 augustus. Heerlijk vroeg naar bed en heerlijk vroeg wakker. De perfecte combinatie. En dan is het weer peddelen geblazen. Het 700 kilometer

Dan maar 695 km

bord heb ik niet kunnen ontdekken. De verplichte 20 km tot 683 is minimaal vereist. Het eerste stuk gaat lekker maar dan komt, zoals altijd, de wind weer opzetten en ik heb hem weer tegen. Steeds harder blaast het en ik moet de kant gaan opzoeken waar er minder golven lopen. Jammer want aan de kant heb je ook minder stroming en ga je dus minder snel. Het is altijd een keuze die je maakt. En een keuze maken is kiezen. Langzaamaan gaat het verder tot ik een strandje zie waar ik kan aanlanden voor een kop koffie. Voor de rest hebben ze alleen maar bier, wat pinda’s en chips. Typisch strandtentvoer. Gezellig is het er ook niet. De muziek van de tent ernaast overheerst en hier loopt de baas zijn enige medewerker verrot te schelden. Ze hebben het slecht, denk ik, voor wat betreft de zaak. Veel gasten zullen ze niet trekken hier. Daarna ga ik naar de tent ernaast omdat ik toch wel iets te kauwen wil hebben. Ik bestel een Hotdog en een biertje en dat gaat er vlot in. Een stuk leuker hier in deze tent zal ook meer klanten trekken al blijft het hele strand, inclusief de strandtentjes, een beetje een schimmige vertoning. Ik vaar door naar, weer een strand, en omdat ik alweer 34 km heb gevaren en de wind tot kracht vervelend is toegenomen besluit ik om hier de nacht door te brengen en zet mijn tentje op. Dat het nog maar net twee uur is dit me niet. Het is ook veel te warm om je daar druk over te maken. Leikker in de schaduw zet ik mijn tent neer op een aantal kilometers voor Ostrov, waar ook de TID dit jaar op 17 augustus zal overnachten. Na mijn middagdutje schrijf ik een stukje en straks ga ik nog even lekker zwemmen. Ik was een shirt, m’n vaatdoek en handdoek. Ik scheer mezelf met Donauwater wat, voor dit doel, warm genoeg is. Ik kook lekker weer zelf een potje en drink Rakija en twee bakken versgemalen koffie. Da’s echt lekker na alle Turkse koffie van de laatste tijd. Om half tien lig ik in bed. Morgen weer vroeg dag en ga ik verder, Stroomafwaarts over de Donau. 

8 comments

  1. De laatste lootjes komen er aan willem. het ga je voor de wind zoveel mogelijk en hou vol maar dat zal jou wel lukken.geniet van de laatste km.s grtjes ria en Evert Plugge.

    Liked by 1 persoon

  2. Wat een mooi verhaal en belevenissen weer, prachtig om te lezen! Echt genieten geblazen zoals jij van jouw reis geniet. Veel suc6 verder en tot je volgende verhaal. Groetjes, Martin, Saskia, Stan en Kevin

    Liked by 1 persoon

  3. Tijdens mijn vakantie in Frankrijk heb je niet stil gezeten. Het is goed om te lezen dat je al in Bulgarije bent, het laatste stukkie. Weet dat de Bulgaarse havenstad Varna partnerstad van Dordrecht is, misschien heb je daar nog profijt van.Alhoewel, je laatste stuk zal door Roemeniè gaan. Ik geniet van je inkijkjes in de lokale bevolking en hun cultuur. Voor de komende tijd wens ik je gezondheid, koelte en matige wind in de rug toe.

    Liked by 1 persoon

    • Dank je wel, Chris. Vanaf de plek waar ik nu overnacht is het nog maar 510 kilometer naar de Zwarte Zee. Maar ondertussen valt er nog een hele hoop te beleven. Varna is me te zuidelijk. Gisteren was ik in Svistov waar de Donau haar meest zuidelijke punt bereikt. 😎🛶

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s