Gastvrijheid en bezorgdheid

Donderdag 24 augustus [vervolg]. Wanneer ik het water opga hangt er nog steeds mist. Extra goed opletten bij het oversteken. Vanaf nu mag ik alleen aan de rechter (Roemeense) zijde van de rivier varen. Links krijgen we straks een heel klein stukje Moldavië. Lucratief voor Moldavië overigens is dat ze een zandbank bezitten in internationaal water, de Donau. Daarom kunnen ze op een voordelige manier (voor beide partijen) schepen registreren zoals bijvoorbeeld Panama of Belize. Slimme jongens die Moldaviten. Na Moldavië volgt Oekraïne op de linkeroever. Ook daar mag ik niet in. Rechts houden dus. Niet echt moeilijk want de rivier is hier behoorlijk breed. Op het drielandenpunt ben ik stiekem toch even in Moldavië en even in Oekraïne gevaren. Even maar, voor de lol. De Roemeense vissers vonden mijn rare capriolen maar vreemd. “De Zwarte Zee is die kant op hoor”, merkten ze op. Later heb ik ze uitgelegd wat ik aan het doen was. Volgens mij snapten ze het. Een klein stukje verder, tegenover de Russische stad Reni, kreeg ik controle van de Border Police Roemenië. Alles in orde natuurlijk. Ik mocht verder.

Na enige tijd moest ik even de benen strekken. Soms heb ik dat. Dan kom ik maar niet in de juiste positie en dan gaan mijn knieën pijn doen. Mijn zitvlak kan dan wel wat ontspanning gebruiken en op zo moment gaat een appeltje er ook altijd in.

Zo af en toe ligt er een zeeschip, zoals hier de Radiant, voor anker. Imposant groot hoor wanneer je daar met je kano zo vlak langs kunt varen. Voor de foto heb ik zelfs nog niet eens voldoende afstand genomen.

In Luncavita, een TID overnachtingslocatie, stop ik weer. Ik zit niet optimaal vandaag. Er staat een alleraardigste manier te vissen en we hebben, zo goed en zo kwaad als het gaat, een praatje. Op een gegeven moment komt hij aan met een servet waarop een gekookt ei, een tros druiven en drie kleine maar lekkere pruimen. Gewoon zomaar. Natuurlijk heb ik dit lekker opgegeten en hem heel hartelijk bedankt. Dat wimpelde hij een beetje weg. Dat is toch heel normaal. Uitgerust en vol vitaminen ging het verder.

Tot de volgende pauze waar ik even lekker languit op m’n kano ben gaan liggen en weer een appeltje hebt verorberd. Het zitten gaat vandaag echt niet lekker. Ook zit ik veel te krachtig aan mijn peddel te trekken. Ik voel het aan m’n schouders en m’n borstbeen. Kalm aan, Willem, je hebt toch alle tijd. Soms moet ik mezelf vermanend toespreken inderdaad anders komt het niet goed.

Vervolgens peddel ik in een ruk door naar Isaccea. Daar is een supermarkt, die ik wil bezoeken om mijn voorraden aan te vullen. Wanneer ik daar aankom varen kreeg ik van een vriendelijke visser, in een roeiboot, gelijk instructie waar ik m’n kano kon afmeren. Vervolgens geeft een andere man nog wat extra tips toen ik bij het betreffende ponton aankwam. Hoe hulpvaardig allemaal die mensen hier. Super! Toen ik echter op de wal stond leek het me erg ver lopen naar het dorp. Ik zag een auto staan en de deur van het huisje ernaast stond open. Ik klop wat op de deur en roep: “Hallo”. Direct krijg ik, tot mijn opluchting, antwoord. Ik vraag de weg naar de supermarkt. Veel te ver zegt hij, doet de deur op slot en zegt dat hij me wel even zal brengen met de auto. Ongelofelijk! Bij de supermarkt ben ik aan het boodschappen uitzoeken wanneer hij binnenkomt met een andere man ,die beter Engels spreekt dat hij, en ze leggen me uit dat hij even terug moet voor zijn werk maar dat hij, met 15 minuten, me weer komt ophalen. Oké. Daar sta je dan, in de smoorhete zon, met je boodschappen. Snel maar een strategische plek in de schaduw uitgezocht waar hij me wel zou kunnen zien staan. En inderdaad, een Roemeens kwartiertje later, kwam hij aanrijden en zag me gelukkig staan. Ik stapte in en hij reed me naar een restaurant waarvan hij het personeel kende. We dronken er samen wat en ik bestelde een maaltijd. Hij ging weer naar zijn werk maar zou me later weer komen ophalen. Dus heb ik daar, op mijn gemak, lekker zitten eten. Het was heerlijk. Nog een biertje besteld en toen ik dat bijna op had kwam hij er al weer aan. Zijn werkdag zat er op nu dus hebben we samen een biertje gedronken en lekker gebabbeld. Nadien heeft hij me bij m’n kano teruggebracht. Hij vroeg me of hij verder nog iets voor me kon doen maar ik vond dat hij al genoeg had gedaan voor me en bedankte hem daarvoor hartelijk. Dan krijg ik weer diezelfde blik, die ik al vaker zag, van, het is toch heel normaal, dat je dat voor elkaar doet. Wonderlijk voor mij. We nemen nog een foto en hij rijdt naar huis. Bij m’n kano aangekomen helpt de man van het ponton me met het inladen van de boodschappen. Ook alweer zo hulpvaardig. Je zou er verlegen van worden. Wanneer ik wegvaar staan er een aantal jongelui op de kade die kreten uiten van enthousiasme toen ze mijn kano in het oog kregen. Hoe leuk is dat. Het is inmiddels al avond en het licht wordt stilaan minder wanneer ik, net op tijd, een geschikte plek voor de nacht vind. De oever is wel erg modderig maar ik heb geen keus. Binnen een paar minuten staat alles, is het ingericht en comfortabel. Ik zet een lekkere kop versgemalen  koffie. Dit is genieten! Weer even bijschrijven om alle details te bewaren en dan is het alweer bedtijd. Om een uur of tien, half elf wordt er met een schijnwerper op m’n tent geschenen. Ook hoor ik het geluid van een motorboot. Ik bedenk meteen dat het de Border Police wel zal zijn, kleed me een beetje aan en ga naar buiten. Ik blijk gelijk te hebben. Ze willen me niet controleren maar vragen me of ik misschien weet waar de drie kajaks zijn gebleven. Ik zeg dat ik die twee avonden terug wel heb gezien toen ze door de Border Police werden gecontroleerd maar dat ik nu geen idee heb. Ze zijn tevreden, groeten vriendelijk en gaan verder naar de kajakers op zoek. Ik maak veel mee op één dag. Wat vliegen die dagen dan toch snel langs je heen.

Vrijdag 25 augustus. Opnieuw een prachtige, heldere, frisse, nacht met miljarden sterren aan het firmament. Wanneer ik aan het opruimen ben komen er twee vissers een praatje met me maken. Ze hebben een allerliefst klein katje bezig en zeggen dat ik het mag hebben als souvenir. Ik zou het beestje niet in leven kunnen houden, werp ik op, dus ik sla het aanbod af. Een foto heb ik er van en die komt wel thuis aan. Ik ga peddelen en heb opnieuw weer last van mijn linker schouder. Die heb ik met die voortdurende tegenwind een beetje overbelast.

Wanneer ik een pauze maak bij een vriendelijke hobbyvisser maken we een praatje en biedt hij me een tros druiven aan. Ze moeten nog wel even gewassen worden, zegt hij. Hier zie ik ook weer wilde Zonnebloemen en moet daarbij altijd aan m’n dochter denken die op de basisschool een een Zonnebloem heeft gespeeld. Daarna bleef ze voor altijd een Zonnebloem. In mijn kano pel ik nog een aantal pinda’s. Ik merk dat pindas pellen in je eentje ook best gezellig is. Misschien komt dit wel omdat je er wat voor moet doen. Waar je voor gewerkt hebt, heeft nu eenmaal meer waarde. Ik vaar weer door en kan het niet nalaten om meteen de druiven maar op te eten ook. Heerlijk zijn ze.

Dan komt er de splitsing, het begin van de Donaudelta. Links de, meest noordelijke, Kilia-arm. En rechts gaat de rivier naar Tulcea waarna deze zich splitst in, links de Sulina-arm en rechts de, meest zuidelijke, Sfante George-arm.

Wanneer ik net rechts af ben geslagen zie ik een mobiele telefoon antenne. Daarom ga ik aan wal en probeer of ik mijn blog kan bijwerken. Dat lijkt te lukken maar wanneer ik één zin heb gedaan zakt het signaal van 3G in naar GPRS niveau. Vodafone RO. Balen.

Nadat de afstandaanduidingen zijn gewijzigd in zeemijlen heb ik minder rust in mijn lijf. Dat is niet goed maar, wat doe ik eraan. Het zal de stal zijn, die ik ruik, maar hoe kan dat, ik heb nog zover te gaan eer ik thuis ben. Enfin, ik leg me er maar bij neer, letterlijk en figuurlijk, want ik neem een pauze voor een dutje, Siësta! Wat opgeknapt ontwaak ik en vaar door naar Tulcea, een veel grotere stad dan ik me had voorgesteld. Hier is de Shipyard van Vard kennelijk de meest toonaangevende werkgever. 

Ik zie een Faltboot met twee outrigers en een zeil. Ook zij gaan aan land in Tulcea. Daar ontmoet ik ze, Christine en Christian, dat is gemakkelijk onthouden. Ze zijn gestart in Giorgu (RU) en willen naar de Zwarte Zee en dan mogelijk nog verder naar Bulgarije en misschien wel naar Istanboel. Wanneer ze gebruik kunnen maken van het zeil hebben ze een goede kans van slagen. We gaan gedrieën naar een restaurant voor bier en eten. We eten vis natuurlijk. Daarna doen we boodschappen en spreken af dat we ook samen zullen kamperen op de plek die ook de TID gebruikt. We varen nagenoeg tegelijk weg. Ik ga voorop omdat ik de TID locatie in mijn GPS heb opgeslagen. Na zo’n anderhalve kilometer ben ik op de plaats van bestemming. Christine en Christian zijn echter nergens te bekennen. Ik vertrouw erop dat ze wel zullen komen, ze hebben immers ervaring genoeg. Daarom maak ik mijn kampje in orde en richt alles in. Dat duurt niet zo heel erg lang maar lang genoeg om me ongerust te maken over hun voortdurende afwezigheid. Wanneer ik alles in gereedheid het besluit ik om over de over terug te lopen naar waar wij vertrokken zijn. Een hulpvaardige Roemeense jongen wijs me de weg . Ik kan bijna lopend tot waar we vertrokken maar zie nergens een spoor van de Faltboot nog Christina en Christian. Het zweet breekt me uit. Wat kan er nu toch gebeurd zijn? Omdat ik verder niets kan ondernemen loop ik maar terug naar mijn tent, misschien zijn ze inmiddels toch nog gearriveerd. Maar, neen hoor, niemand te zien ook niet onderweg op de terugweg. Een beetje verdrietig zit ik in mijn tentje, eet wat en drink koffie. Ik ben bezorgd over het wel en wee van mijn zojuist ontmoette vrienden. Wat zou er nu toch gebeurd kunnen zijn? Het is inmiddels aardedonker, tien uur en ik heb de hoop, dat ze nog zullen komen, opgegeven. Bezorgd blijf ik en hoop dat ze niets ernstigs is overkomen. Jammer nu dat ik hun contactgegevens niet heb gevraagd. We waren zo enthousiast met elkaar in gesprek dat ik zelfs vergeten ben om foto’s te nemen. Stom genoeg heb ik wel foto’s van de biertjes die Christiaan voor ons had uitgezocht en die we samen hebben gedronken. Zij hebben gelukkig wel mijn kaartje en ik hoop dat ze, wanneer ze er de gelegenheid voor hebben, contact met me zullen opnemen zodat mijn ongerustheid over hun wel en wee kan worden uitgeschakeld. 

Mee een rotgevoel ga ik slapen. Het beloofde zo’n gezellige avond te worden. In één tel is alles anders dan je had gehoopt.

Hoop is uitgestelde teleurstelling.

Zaterdag 26 augustus. De gehele nacht heb ik onrustig geslapen en was vaak wakker. Telkens lag ik te bedenken wat er toch gebeurd kon zijn waardoor Christine en Christian niet waren komen opdagen. Slapen, wakker, piekeren, slapen, wakker, piekeren zo ging het de hele nacht door. Het resultaat is dat ik nog steeds niet uitgerust ben en ook nog steeds geen idee heb van het waarom. Ik bedenk, tijdens het ontbijt, dat ik ook niets kan ondernemen om er achter te komen en dat ik dus gewoon maar moet afwachten of ik ze nog een keer zal tegenkomen. Misschien ook wilden ze liever samen de nacht doorbrengen. Nee, niet weer piekeren, dan hadden ze dat vast wel gezegd. Laat het rusten en wacht maar af.

Mijn dag routine weer opgepakt en zoals gewoonlijk weer vertrokken.

4 comments

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s